02 januari 2013

The Perks of Being a Wallflower

the-perks-of-being-a-wallflower-poster.jpgToen ik hem op het Filmfestival Gent interviewde na de voorstelling van The Perks of Being a Wallflower, gaf Ezra Miller toe dat regisseur Stephen Chbosky voor 'The Tunnel Song' oorspronkelijk een ander nummer in gedachten had dan Heroes van David Bowie. Voor de duidelijkheid: Logan Lerman, Emma Watson en Ezra Miller (bekend als het titelpersonage uit het meesterlijke We Need to Talk About Kevin van Lynne Ramsay) spelen in de verfilming van de gelijknamige roman van Chbosky drie misfit-tieners die er anderhalf uur over doen om - naast een hoop andere dingen - te ontdekken wie Heroes zingt. Het nummer staat op een anoniem cassetje, en de film speelt zich af in het begin van de jaren negentig, toen er van Shazam nog geen sprake was. Er waren natuurlijk wel al vijf miljard andere mensen om dat even aan te vragen, maar goed.

 

Op zich doet het er ook weinig toe: The Perks of Being a Wallflower is een charmante coming of age-film, en Heroes leent zich daar uiteraard goed voor. Het is alleen een beetje vreemd dat een groep verder erg vindingrijke tieners (die één keer per week een middernachtvoorstelling van The Rocky Horror Picture Show opvrolijken en bovendien verzot zijn op The Smiths) er zolang over zouden doen om David Bowie te herkennen. Al is 'lui' wellicht een beter woord, vooral als je weet dat naast Bowie, The Smiths en The Rocky Horror Picture Show eveneens de boeken van J.D. Salinger en Jack Kerouac hun opwachting maken. Nee, Chbosky had weinig zin op diep te graven, en hij maakt er zich ook narratief nogal makkelijk van af door met een - in een coming of age-film is dat een nog groter cliché dan The Smiths - voiceover te werken.

 

Maar het is uiteindelijk moeilijk om aan al die clichés te weerstaan, al was het maar omdat Chbosky ze door een uitstekende cast laat serveren. Lerman is de perfect geromantiseerde nerd; Watson vindt een knap evenwicht tussen lachen, mooi en compleet getraumatiseerd zijn; en Miller is redelijk grandioos als een onverbeterlijke flapuit wiens gaydar richting de kapitein van het plaatselijk rugbyteam wijst.

 

The Perks of Being a Wallflower speelt vanaf vandaag in de bioscoop, en er zijn ergere dingen om het jaar mee op gang te trappen.

 

 

11 december 2012

The Hob(bit much of the same)

The-Hobbit-still.jpgIk doe het normaal nooit, maar over The Hobbit had ik dan toch al enkele recensies gelezen voor ik hem gisterenochtend - ja, ik ben eens letterlijk voor dag en dauw opgestaan - ging bekijken, in 3D en geprojecteerd aan 48 beelden per seconde uiteraard.

 

Eerlijk: ik ben blij dat ik die (veelal negatieve) recensies op voorhand had gelezen, want daarmee lagen mijn verwachtingen al wat lager en vond ik hem nog redelijk meevallen. De waarheid gebiedt mij nu wel te zeggen dat er weinig dingen mij minder interesseren dan dwergen, trollen, elfen en - vooral die - hobbits. Ik ben zelfs al personen tegengekomen die interessantere dingen over Linux te vertellen hadden dan er mij ooit iemand met verhalen over trollen heeft kunnen boeien. Oké, ik overdrijf - er hebben al mensen zelfmoord gepleegd van iemand passioneel over Linux te horen babbelen - maar ik wil maar zeggen dat zo'n hoop merkwaardige creaturen (ik heb het nu terug over trollen, niet over mensen die over Linux praten) mij niet doen overlopen van enthousiasme. En het is nu ook weer niet alsof er in die Tolkien-verfilmingen van Peter Jackson veel subtekst zit, dus louter narratief zijn dat dingen die ik gewoon onderga. Ik vond The Lord of the Rings niet saai - Jackson is een goede verteller - maar ik vond het evenmin onwezenlijk boeiend.

 

Maar goed, het grote probleem van The Hobbit: An Unexpected Journey is dat de film één ding vooral niet is: unexpected. Los van het feit dat het kleinste kind wist dat de verfilming er ooit zou komen, serveert Jackson gewoon meer van hetzelfde. Hij neemt er ook weer evenveel tijd voor, wat redelijk absurd is, want The Hobbit is een boek van driehonderd pagina's, en zelfs al zou je daarvan elk lidwoord willen verfilmen, dan nog kom je uren te kort voor een trilogie waarvan het eerste deel alweer bijna drie uur duurt. Echt veel gebeurt er in die tijd dan ook niet: er raken een hoop dwergen hun kasteel kwijt en ... euh, ja, oké, dat is het zowat. Ah, nee, wacht: die ene hobbit steelt tussendoor ergens de ring van Gollum, maar dat gebeurt veelal tussen de soep en patatten door. Pas op: er komen ook nu weer een troep elfen aan te pas, trollen zijn er eveneens à gogo, en in wat wellicht de meest random actiescène uit de geschiedenis van Middle-earth moet zijn, komen een paar rotsen tot leven.

 

the hobbit,bespreking,review,an unexpected journeyHet goede nieuws is dat iedereen al die tijd voortdurend blijft stappen (behalve in het eerste halfuur, dat nog langer lijkt aan te slepen dan het einde van The Return of the King), zodat de plot nooit écht begint te vervelen. Maar in tegenstelling tot The Fellowship of the Ring, is The Hobbit allesbehalve een overweldigend epos dat een fantastische trektocht op gang trapt. Het voelt - ondanks de indrukwekkende visuele effecten, waar iedereen de afgelopen tien jaar weliswaar aan gewoon is geraakt - meer aan als een verplicht nummertje (van iemand die stilaan meer bezorgd lijkt om wat Tolkien ervan zou denken dan om wat het publiek ervan vindt).

 

Tot slot, wat die 48 beelden per seconde betreft, ik kan mij niet inbeelden dat iemand daar echt wakker van ligt. Ik vond de hyperrealistische beelden niet lelijk (het is gewoon een andere esthetiek), maar ook niet uitzonderlijk mooi (honderd jaar aan 24 beelden per seconde naar cinema kijken laat zijn sporen na, al moet ik eerlijk toegeven dat je na een halfuur gewoon stopt met erop te letten).

 

Bottom line: als je de vorige trilogie subliem vond, dan zul je The Hobbit ook wel lusten. Het zal alleen niet om iets unexpected zijn, maar omdat het precies is wat je ervan expect.

 

11 september 2012

The Bourne Whatever

84782.jpgEerlijk: ik had er een goed oog in, in The Bourne Legacy. De eerste trilogie (The Bourne Identity, Supremacy & Ultimatum) was uitmuntend, en om de reeks te rebooten, deed Universal een beroep op Tony Gilroy, de scenarist van de eerste drie die zich met Michael Clayton en Duplicity inmiddels ook een gedreven regisseur heeft getoond. Jeremy Renner, die werd ingehuurd om Matt Damon te doen vergeten, is bovendien een uitstekend acteur, en sinds The Constant Gardener kan Rachel Weisz niets fout meer doen (behalve Eragon, My Blueberry Nights, The Brothers Bloom, Fred Claus, The Lovely Bones en The Whistleblower).

 

Even eerlijk: The Bourne Legacy is niet slecht. Er zitten een aantal spectaculaire actiescènes in; gastoptredens van David Strathairn, Scott Glenn en Joan Allen zorgen ervoor dat - Legacy begint vrijwel onmiddellijk na Ultimatum - de continuïteit wordt gegarandeerd; het personage van Edward Norton wordt aan het verhaal toegevoegd alsof hij er al jaren in rondloopt; en de premisse is niet eens zo vergezocht. Kort samengevat: na de ontsnapping van Jason Bourne besluit de CIA om de andere agenten uit het programma - there was never just one - te neutraliseren. Uit voorzorg. Aaron Cross, één van die agenten, is daar begrijpelijk niet zo gelukkig mee. De andere evenmin, maar die blijken - voor superagenten - dan toch niet zo snugger te zijn.

 

Zoals Damon in zijn eerste film, begint Renner al te lopen, klimmen, springen, racen, snelwandelen en liggend karabijnschieten voor de plot deftig op de rails staat. Maar in tegenstelling tot de eerste drie afleveringen, is de suspense zelden te snijden. Het grootste probleem is dat met de legacy van Jason Bourne niets nieuws wordt aangevangen: het afwezige titelpersonage is gewoon vervangen door iemand die weer van voren af aan begint te lopen. Met dat verschil dat Bourne niet wist waarom (of van wie) hij op de vlucht was, terwijl nu werkelijk iedereen van meet af aan weet hoe de vork aan de steel zit. Gilroy voegt er dan maar een hoop subplots aan toe om de film meer gewicht te geven, maar hij kan niet verhinderen dat - sans Bourne - The Bourne Legacy in zijn geheel aanvoelt als een lang uitgesponnen subplot. Jammer, voor Rachel Weisz.

 

12 juni 2011

Watch My Little Pony, Men!

 

61MSdyZOC1L._SL500_AA300_.jpgDe amusante mash-up van Watchmen en My Little Pony hierboven ziet er niet alleen beter uit dan de feitelijke film van Zack Snyder, hij deed mij ook (een beetje) denken aan Watchmen: The Complete Motion Comic.

 

In tegenstelling tot de recente langspeelfilm kwam die animatieserie hier, net als in de VS, rechtstreeks uit op dvd. Verdacht, hoor ik je denken – maar weet dat Watchmen: The Complete Motion Comic geen ‘gewone’ animatieserie is.

Of Watchmen daadwerkelijk de beste graphic novel uit de geschiedenis is, laat ik in het midden. Hij is in elk geval pretty impressive is en het valt niet te ontkennen dat auteur Alan Moore, die eveneens V for Vendetta en From Hell schreef, en illustrator Dave Gibbons voor twaalf revolutionaire hoofdstukken tekenden, waarin het onaantastbare imago van superhelden flink wordt aangetast én scherpe kritiek op het (politieke) klimaat van angst in de jaren tachtig wordt geleverd.

De narratieve structuur van de strip – of boek, zo je wil – is behoorlijk ingenieus, met onder meer zijn strip-in-de-strip. Maar ook de doorgewinterde karaktertekeningen van een troep gemaskerde superhelden zijn opmerkelijk: zoals Christopher Nolan Batman menselijk maakte, zo deed Alan Moore het hem twintig jaar eerder voor in Watchmen – een donkere whodunit met een apocalyptische uitkomst.

16k99g8.jpgHet ganse opzet stak zo minutieus in elkaar dat niemand een verfilming voor mogelijk hield, los van het feit dat Moore er zich zelf altijd tegen heeft verzet. Animator Jake Strider Hughes had echter een idee: als de strip onmogelijk naar een film of tv-serie kan vertaald worden, waarom dan niet met het originele materiaal aan de slag gaan en dat animeren? Dat is ook precies wat hij deed: hij lichtte pagina’s uit de originele strip en maakte er eenvoudige Flash-filmpjes van. De tekstballonnen liet Hughes staan, maar hij animeerde ze wel en hij huurde een acteur in om zowel de dialogen als de innerlijke overpeinzingen van de personages in te spreken.

Een meer getrouwe ‘verfilming’ van een strip is ondenkbaar. Naar Watchmen: The Complete Motion Comic kijken, is als de strip lezen. Oké, er komt geen papier bij kijken en er beweegt van alles – lichtjes. Maar de ervaring is nagenoeg dezelfde, wat van deze reeks een uniek, spannend en stijlvol curiosum maakt – in tegenstelling tot de film, die zijn visueel sterke momenten kent (en donkerder is dan Hollywood voorschrijft), maar in zijn geheel veel te lang, leeg en gekunsteld is.