Kraftwerk: The Mix

11 juli 2012 Commentaren (0)

Kraftwerk-The_Mix-Frontal.jpgOmdat 33 1/3 Classic Album Listening Sessions van de AB onlangs Trans-Europe Express van Kraftwerk door de boxen liet knallen, en omdat de legendarische Duitse elektronicaband in april acht belachelijk snel uitverkochte concerten in het MoMA speelde, stof ik mijn overzicht van alle Kraftwerk-albums (dat ik ooit voor Knack Focus heb gemaakt) nog eens af. Na Autobahn, Radio-Activity, Trans-Europe Express, The Man-Machine, Computer World en Techno Pop is het vandaag de beurt aan The Mix.

 

The Mix

‘I program my home computer, beam myself into the future’

Jaar: 1991


Bezetting: Ralf Hütter, Florian Schneider & Fritz Hilpert

 

Sterren: **


Concept: Terwijl ze hun archieven van analoog naar digitaal aan het omzetten waren, kwam de band op het idee om hun nummers gelijk ook digitaal te herwerken. Hadden ze meteen een nieuwe live-set én een nieuwe plaat: een soort greatest remixed hits of – zo u wil – remixed greatest hits. Ondanks het feit dat er een paar straffe dingen tussenzaten, was The Mix echter weinig meer dan een zoethoudertje – een reminder dat Kraftwerk niet op zijn lauweren aan het rusten was. Maar Karl Bartos en Wolfgang Flür wisten beter. Nog voor de release van de plaat stapten ze uit de groep omdat ‘by the end of the Eighties Kraftwerk was a paralyzed giant; the inner structure didn’t allow any new ideas’ en omdat ze geen zin hadden om ‘the best paid caretakers of the most famous sound laboratory in the world’ te worden.


Hoes: Toen Kraftwerk begin jaren '90 op tournee ging, namen ze enkele nieuwe speeltjes mee: vier telegeleide robotten. Het weinig ambitieuze artwork van The Mix is daar ook rond opgebouwd.


Ontvangst: De reacties waren verdeeld. De ene vond het gedurfd, zelfs revolutionair dat Kraftwerk geen klassieke best of had uitgebracht, de andere vroeg zich af of het – als het dan toch moest – niet beter was geweest dat ze dat gewoon wel hadden gedaan. Zelfs vriend aan huis Emil Schult was niet overtuigd: ‘Would Leonardo Da Vinci have taken the Mona Lisa back and paint her over? I guess not. Autobahn didn’t need a remix by Kraftwerk.


Charts: De plaat deed het wonderbaarlijk genoeg niet eens zo slecht. Niet dat ze over de toonbanken vloog, maar in de meeste Europese landen parkeerde The Mix zich in de top twintig, en ook de nieuwe mixen van The Robots en Radioactivity haalden de hitlijsten.

 

18:06 in Music | Permalink | Tags: kraftwerk, the mix, album | |

Best Song By ... The Chemical Brothers

08 juli 2012 Commentaren (0)

best song,chemical brothers,where do i begin,beth ortonTitle: Where Do I Begin (with Beth Orton)

 

Album: Dig Your Own Hole

 

Year: 1997 (promotional single only)

 

Kraftwerk: Techno Pop/Electric Café

07 juli 2012 Commentaren (0)

1256573165_kraftwerk-techno-pop.jpgOmdat 33 1/3 Classic Album Listening Sessions van de AB onlangs Trans-Europe Express van Kraftwerk door de boxen liet knallen, en omdat de legendarische Duitse elektronicaband in april acht belachelijk snel uitverkochte concerten in het MoMA speelde, stof ik mijn overzicht van alle Kraftwerk-albums (dat ik ooit voor Knack Focus heb gemaakt) nog eens af. Na Autobahn, Radio-Activity, Trans-Europe Express, The Man-Machine en Computer World is het vandaag de beurt aan Techno Pop.

 

Techno Pop/Electric Café

‘Synthetic electronic sounds; industrial rhythms all around’

Jaar: 1986


Bezetting: Ralf Hütter, Florian Schneider, Karl Bartos & Wolfgang Flür

 

Sterren: **


Concept: Techno Pop was wellicht de lastigste bevalling voor Kraftwerk. Eerst liepen de opnames vertraging op door een ernstig fietsongeval van Ralf Hütter – hij was op zijn hoofd gevallen, letterlijk. Vervolgens besloot de band alle opnames weg te gooien omdat ze niet grensverleggend genoeg klonken voor Kraftwerk. Toen het album in ’86 uiteindelijk als Electric Café in de winkel werd gelegd, klonk het echter nog altijd lang niet zo geniaal als alles wat eraan was voorafgegaan. Er staan een paar aardige experimenten op, maar op de perfecte symbiose van de eerste drie nummers na, zit er weinig structuur in.


Hoes: Op de bekendste – er zijn er een paar – hoes van Techno Pop/Electric Café staan de vier digitaal afgebeeld. Het artwork is een afgeleide van de toen baanbrekende videoclip voor Musique Non Stop van Rebecca Allen – een vroeg staaltje digitale animatie.


Ontvangst: De lange, problematische productie van Techno Pop/Electric Café en de onverschillige kritieken deden Kraftwerk de das om. Sinds de release van Computer World hadden tientallen, zoniet honderden elektronicaproducers Kraftwerk ingehaald. Karl Bartos had synthpop en new wave enkele jaren voordien nog kunnen afdoen als ‘that silly English pop scene with silly lyrics’, maar voor het geluid dat in ’86 uit Detroit en Chicago kwam, moest Kraftwerk het hoofd buigen. Erger nog: Kraftwerk klonk plots erg hedendaags, terwijl technoproducers als Juan Atkins, Derrick May en Kevin Saunderson reeds de jaren 90 waren ingestapt – zowel in gedachte als op vlak van productietechnieken.


Charts: Musique Non Stop en The Telephone Call zijn de enige singles van Kraftwerk die ooit tot bovenaan de Amerikaanse dance charts klommen. Helaas is die gebaseerd op airplay, niet op verkoop. Op dat vlak presteerden zowel de singles als het album ondermaats.

 

Het (Vorig) Jaar Van Nicolas

03 juli 2012 Commentaren (0)

nicolas jaarHet heuglijk nieuws dat Nicolaas Jaar dit jaar op Pukkelpop staat, deed er mij aan denken dat er al bijna een jaar een interview met de man in mijn drafts zit. Het verscheen oorspronkelijk op Dummy en werd vervolgens door Johan Faes vertaald voor A&Gazette #2 - The 10 Days Off Edition. Geen idee of het intussen niet een béétje gedateerd is, maar als Jaar straks op Pukkelpop even grandioos klinkt als vorig jaar op 10 Days Off, dan is alles wat hieronder staat nog altijd even relevant.

 

HET JAAR VAN NICOLAS

Nicolas Jaar houdt ervan de tijd te vertragen en kamers leeg te maken tot er enkel een handclap, een snaar of een druppel in resoneert. Het grootste talent in de hedendaagse house?

Jaar is moe. Hij is net terug in Londen, na een show in Glasgow. Morgenvroeg neemt hij een radiosessie op voor Gilles Peterson. Hij schuift heen en weer, en vraagt een andere tafel omdat hij het koud heeft zo vlak bij de ingang van de hotellobby. Zijn toon is scherp, afgemeten, to the point. Pas als we de biografische routine achter ons laten en het over muziek hebben, komt hij tot leven.


Jaars songs staan op zichzelf. Termen als techno of deep house dekken de lading niet. In 2008 viel hij meteen op met zijn eerste release op Wolf+Lamb – hij was toen amper 17. The Student was ongrijpbaar en ingenieus, ver weg van alle comfortzones. Een track als WOUH smeekt om peak time, maar is tegelijk slepend en ingetoomd, niet van zijn koers te brengen, trouw aan zijn eigen snelheid en richting. Die lijn wordt doorgetrokken op Space Is Only Noise, zijn debuut op Circus Company. Het albumformat zit Jaar als gegoten. Dooraderd met flarden dialoog, natuurgeluiden, strings, songs die hun eigen pad volgen, elementen van blues, jazz, gedestabiliseerd en aaneengerijgd tot een opmerkelijk geheel. Als je er één track zou uitnemen, één stukje uit die maffe puzzel, zou het totaalbeeld op slag veranderen.


Dezer dagen toert hij volop, hier en daar met een volledige liveband. Zijn eigen label Clown and Sunset (vorig jaar nog verantwoordelijk voor de opmerkelijke Inès-compilatie met onder meer werk van Jaar zelf, Soul Keita en Nikita Quasim) heeft heel wat op stapel staan. Daarnaast rondt hij binnenkort zijn studie Vergelijkende Literatuur af aan Brown University.

 



Wat heeft je naar de muziekmakerij gedreven?
Jaar: “Andere muziek. Kunst. Ik heb het creatieve proces altijd benaderd als volstrekte chaos. Laat er maar iets uitkomen. Ik probeer niks specifieks te doen. Als ik maar oprecht ben tegenover wat er vanbinnen zit.”

Je bent voor een stuk opgegroeid in Chili. Is daar een invloed van te merken in je werkwijze?
Jaar: “Een beetje. Nog belangrijker is dat ik een tijd weg was uit New York en dan terugkwam – die pauze, die verwijdering heeft een serieuze invloed gehad. Net voor ik terugkeerde, stuurde mijn vader me een MTV-compilatie. Coolio stond ertussen met Gangster’s Paradise. Toen vond ik dat de coolste song ter wereld. Ik was negen. Of acht. Yeah. De eerste Amerikaanse song die ik me herinner. Op en top New York. Geen flauw idee of hij uit New York komt, maar Gangster’s Paradise is very New York. Zó hiphop. Toen was hiphop geweldig, nu is het … anders. Maar tussen 1999 en 2003 was mainstream hiphop gewoon super.”

Mensen hebben het vaak over je tragere tempo’s, de lagere BPM. Wat trekt je daar zo in aan?
Jaar: “Mensen hebben nu eenmaal een makkelijk verkoopspraatje nodig. Er zijn wel meer mensen in de wereld die langzame muziek maken. Wellicht is mijn tempo lichtjes experimenteel in dancemiddens, maar in andere genres is het perfect normaal. Ons hart klopt ook niet zo snel, weet je wel. Ik probeer iets te maken dat eerlijk is, en dat komt er nu eenmaal uit aan 100 of 105 BPM.”

Het geeft de muziek een tijdloze, elastische kwaliteit. Of zoiets.
Jaar: “Yeah, right. Time For Us is van opzet elastisch – die tempoverandering is redelijk zot. De muziek was zelfs het punt niet. Het feit dat het vertraagt, is de kern. Met tijd spelen is heel interessant. Natuurlijk is het voordien al gebeurd, maar met elektronische muziek probeer je het maar beter niet. Doe je het toch, dan stuit je meteen op de beperkingen van elektronica – met tijd en tempo spelen is geen evidentie met elektronische apparatuur. Wel heel leuk. Verwacht je binnenkort maar aan een 180 BPM-track. Het hoeft helemaal niet traag te gaan voor mij.”

Klooien met de limieten van elektronica: is dat één van je dada’s?
Jaar: “Met de grenzen van alles, ja. Ik zou geen muziek maken, als dat niet mocht. Een normale tech-housetrack? Daar begin ik niet aan. Pas op: ik kan ervan genieten. Maar om het zelf te maken, is het niet opwindend genoeg.”

 



Er zit een onderhuidse kwaliteit in je muziek. Een spel met ruimte en stilte.
Jaar: “Ik was een tijdje into silence. Een fase waar bijna alle muzikanten door moeten. Maar John Cage heeft dat allemaal al gedaan. Het is gebeurd. Het kantelmoment is dan ook: wat vang je zelf aan met dat concept? Stilte op zich, dat wilde ik niet. Veel mensen doen iets met … Gewoon stilte als … Hoe kan ik het uitleggen? In ben niet geïnteresseerd in pure stilte in muziek, ruimte zonder geluid. Geluid is er altijd. Ik ben geïnteresseerd in de geesten, de spoken die rondwaren in die stilte. Niet zomaar een stilte, maar een spirituele stilte. Of klinkt dat als Chinees?” (lacht)

Hai. Je muziek is ook heel emotioneel.
Jaar: “Geesten en gevoelens, dat is het. Herinneringen. Weet je: 95 procent van de muziek die ik maak, daar ben ik niet tevreden over. Maar ik voel het meteen wanneer het wel goed zit.”

Als je een song schrijft, heb je dan een stemming, een sfeer in gedachten die je wilt nabootsen? Of is het een spontaan proces?
Jaar: “De mooiste momenten zijn die waarop ik mezelf verras. Het gebeurt bijna nooit – heel uitzonderlijk en wild toeval.”

Je album is niet louter gericht op de dansvloer. Hou je daar rekening mee: waar een song het best gespeeld wordt, hoe men er het best naar luistert?
Jaar: “In feite maak ik meer dansmuziek dan mensen denken. Ik breng het alleen niet uit. Tijdens het ontstaan van die tracks, denk ik wel degelijk aan hoe cool iets zou klinken in die of die club. Maar voor mijn album had ik geen specifieke plaats of situatie voor ogen. Het is voor overal. Veel songs ervan speel ik in clubs en daar klinken ze oké. Eerst en vooral maak ik muziek die goed klinkt in mijn eigen ruimte, mijn eigen kamer.”

De elementen van jazz en blues die doorschemeren, staan ver van de typische pianohouse. Hoe sijpelen die binnen?
Jaar: “Dat grijpt terug naar de eerste keer dat ik Villalobos hoorde. Het is nog altijd een obsessie. Hoe textuur emotioneel kan resoneren? Het draagt heel veel bij tot de emotionele diepgang van een werk.”

Wat deed je besluiten om je eigen stem te gebruiken, en het niet bij samples te houden?
Jaar: “Vroeger gebruikte ik veel samples. Ik begon te zingen toen ik 17 was, maar ik vond dat ik niet laag genoeg kon. Nu komt mijn stem eindelijk op een niveau waar ik ze begin te waarderen. Een rijpingsproces, zo je wil.”

Was het moeilijk om over te schakelen op het albumformat?
Jaar: “Nee. Zelfs toen ik EP’s uitbracht, zag ik die als fragmenten van een album. Ik wou dat ik de kans had om mijn eerste releases samen te brengen. Het zou klinken als een heus album. Maar de muziekbusiness is wat hij is: om de in staat gesteld te worden een album uit te brengen dat mensen naar waarde weten te schatten, moet je ook bereid zijn andere dingen te geven.”

Het spel meespelen.
Jaar: “Yep. Om eerlijk te zijn: ik wil nog wel een paar EP’s uitbrengen met die dansmuziek op waarover ik het had. Die zou niet passen op mijn albums. Een album, dat ben ik ten voete uit. Ik ben een verteller. Vijf minuten is te weinig. Ik hou van hoofdstukken.”

Loopt er een bepaald verhaal doorheen het album?
Jaar: “Niet per se één verhaal. Eerder een microkosmos met verschillende verhaallijnen. Je kan van A naar B, of van C naar D. Een kleine wereld waar mensen in kunnen rondkijken. Een soort taal, meer nog dan een verhaal.”

Een landschap misschien?
Jaar: “Een 360° landschap dan. Het idee dat je kan inzoomen op een detail of naar het grote plaatje kan kijken. Een paar maanden nadat ik het opgenomen had, besefte ik dat je het album van veraf kan bekijken en het zien als een weinigzeggend stilleven. Heel lounge. En heel slecht. Het hangt er allemaal vanaf hoe je de plaat behandelt.”

 



Met je eigen label Clown and Sunset geef je een forum aan best wel complexe muziek.
Jaar: “Het moet goed zijn. Een hele uitdaging om de aandacht vast te houden als je niet voortdurend prikkelt. Maar ik zweer bij die filosofie. Geen stress om elke twee maanden iets uit te brengen. De kwaliteit zou er alleen maar onder lijden. Zolang het eerlijke muziek is, mag het zo experimenteel zijn als de maker zelf wil. En er komen er steeds meer bij. Allemaal superjonge mensen, met nieuwe, frisse sounds.”

Je hebt er wel je werk mee. Nog zaken in de pijplijn?
Jaar: “Ik kijk uit naar andere kanalen om muziek te verdelen. Heb je die USB gekregen? We hebben er een halsketting van gemaakt. In de toekomst gaan we nog veel verder. En er is de liveband, natuurlijk.”

Hoe bevalt dat: een bevrijding?
Jaar: “Oh yeah. Solo spelen was ook leuk, maar met anderen ontstaat er een prachtige leerervaring. De drummer horen interpreteren en in dialoog gaan met je muziek – heel erg interessant. Met iemand praten en daardoor de muziek zien veranderen. Gewoon door taal.”

Zal je ooit opnemen met andere mensen, als een band?
Jaar: “Later. Deze band is bijeengebracht om het album na te spelen. Technisch gezien zijn het supergoeie muzikanten – tien keer beter dan ik ooit zal zijn. Ooit zie ik me wel echt samenwerken met mensen. Met iemand die beter zingt dan mij, dat zou geweldig zijn. Of iemand anders producen. Ik heb altijd iemand willen producen. Minder druk op mijn ketel.”

 

The Beatles Road Book

01 juli 2012 Commentaren (0)

ce_benson_beatles_book.jpgDe Schot Harry Benson is niet alleen een sterke fotograaf, hij was ook vaak in the right place at the right time. Benson stond naast Robert Kennedy toen die werd neergeschoten, hij was bij Michael Jackson toen hij een hoop speelkameraadjes op bezoek kreeg, en in 1964 reisde hij voor de Britse krant The Daily Express met de Fab Four naar Parijs om Beatlemania voor het nageslacht te bewaren.

 

De fotograaf kwam terug met zo’n groot aantal legendarische foto’s (van onder meer het beruchte kussengevecht in de hotelkamer van de vier) dat de band hem de jaren daarop zowat overal mee naartoe nam. De meeste snapshots uit die periode stonden de afgelopen decennia in duizenden kranten en tijdschriften, maar kennelijk zaten in zijn archief ook nog enkele nooit eerder gepubliceerde stuks. Een aantal ervan hangt vanaf dit weekend (tot 26 augustus) aan de muren van de Brusselse Taschen Store, waar ook Bensons nieuwe boek The Beatles On the Road 1964 – 1966 verkrijgbaar is.

 

Kostprijs: 500 euro (voor de gelimiteerde speciale editie; de gewone verschijnt pas later)

 

ce_benson_beatles_03.jpg

ce_benson_beatles_10.jpg

ce_benson_beatles_01.jpg