Done in 60 Seconds

06 januari 2012 Commentaren (0)

carte.jpgJe kon er de afgelopen dagen op het net moeilijk naast kijken: de zestig seconden durende Pingu-versie van John Carpenters horrorklassieker The Thing (zie onder). Toeval of niet: het Britse filmtijdschrift Empire is nog tot 20 januari op zoek naar artisanale filmparodieën van exact 60 seconden voor de Jameson Empire Awards 2012. De opdracht is simpel: kneed jouw favoriete film of scène tot een ultrakorte hommage en probeer daarbij zo vindingrijk en/of grappig mogelijk uit de hoek te komen.

 

De twee beste Belgische inzendingen worden van 23 tot 26 maart door Jameson uitgenodigd voor de prijsuitreiking in Londen, waarop vorig jaar kennelijk Keira Knightley, Noomi Rapace, Lilly Cole en ook nog wat lelijke mannen (zoals Edgar Wright, Gary Oldman, James McEvoy en Colin Firth) uitgenodigd waren om de awards te overhandigen. Eerlijk: mocht ik tijd hebben, mijn zestig seconden durende versie van Het varken van Madonna zou al ingeblikt zijn. Mochten er dan ook nog eens zeven mensen (behalve cast, crew en familie) in staat blijken om die versie volledig uit te kijken, dan zou ze zowaar succesvoller zijn dan het origineel.

 

THE THING

 

DR. STRANGELOVE

 

BLACK SWAN

The Big TV Screen

27 december 2011 Commentaren (0)

1181713389_2.jpgGisterenavond eindelijk Mission: Impossible - Ghost Protocol gezien (voorafgegaan door het nieuw logo van Paramount) - and glad I did. De vierde aflevering van Brad Bird, die zich na kleinoden als The Iron Giant, The Incredibles en Ratatouille één van de meest getalenteerde animators van de voorbije vijftien jaar mag noemen, is ongegeneerd spectaculair en luid, zonder dat je, zoals in de meeste Bond-films, de plot zelf bij elkaar moet proberen rapen. Niet dat de plot er ook in dit geval niet los over is, maar Bird houdt je bij de les en een opeenvolging van onderhoudende stunts, BMW-prototypes en Léa Seydoux doen de rest. Simpel, efficiënt, plezant.

 

Wat mij meteen ook op het idee bracht om de vijf beste tv-serieverfilmingen aller tijden op te lijsten.

 

1. The Untouchables (Brian De Palma, 1987)

untouch.jpgBrian De Palma probeert al enkele jaren een prequel op zijn meesterlijke gangsterepos The Untouchables – naar de gelijknamige serie uit 1953 – van de grond te krijgen. Het project gaat al zolang mee dat Nicolas Cage op een bepaald moment in de running was om gestalte te geven aan de jonge Al Capone – intussen is Cage twee jaar ouder dan Robert De Niro in het origineel. Maar misschien is dat alleen maar goed nieuws, want de kans dat de prequel kan tippen aan zijn voorganger is bijzonder klein. De ene na de andere briljante scène dient zich aan in deze meesterlijke misdaadfilm (of moderne western) over de strijd van een vijftal onkreukbare politieagenten tegen Al Capone. De cast (Robert De Niro, Sean Connery, Andy Garcia en Kevin ‘ik was toen nog te doen’ Costner) is moorddadig, de muziek van Ennio Morricone is ongeëvenaard, het scenario van David Mamet is subliem, en dan is natuurlijk ook nog de op Sergei Eisensteins klassieker Potemkin gebaseerde trappenscène – een verbluffend staaltje cinema waarin de suspense minutenlang genadeloos wordt opgebouwd om dan plots te ontploffen in het gezicht van de kijker.

 



2. Miami Vice (Michael Mann, 2006)

miami.jpgMichael Mann, die zelf ook de tv-serie met Don Johnson produceerde, heeft mogelijk een nieuw genre uitgevonden: de revisionistische tv-serieverfilming. Miami Vice lijkt in niets op de originele tv-serie: de no-nonsense film schuwt oneliners, popmuziek én de pastelkleuren die van Sonny Crockett en Ricardo Tubbs stijliconen maakten. Mann zag in de bioscoopversie eerder een update dan een remake. Miami Vice, de film, doet alsof Miami Vice, de nochtans toonaangevende serie, nooit bestaan heeft, zoals revisionistische westerns het ondubbelzinnig Wilde Westen uit de klassieke westerns negeren. In het geval van Mann levert dat een onnodig complexe en narratief wat slabakkende, maar visueel imposante en letterlijk adembenemende actiefilm op die in 2006 een staalkaart biedt van waar digitale cinema toe in staat is – in Miami Vice zit niet één shot waar geen ondraaglijke intensiteit van uitgaat.

 

 

3. Mission: Impossible (Brian De Palma, 1996)

 

mission-impossible-dvd.jpgIk kan niet zeggen dat de tweede aflevering van John Woo mij danig heeft kunnen boeien, maar de derde van J.J. Abrams was fun, van de vierde heb ik dus eveneens genoten, en de eerste van Brian De Palma is gewoon een klassieker. De plot is dan al weinig waterdicht, de mise-en-scène is stijlvol en gracieus, Tom Cruise is wonderbaarlijk te pruimen, en het maakt niet uit hoeveel speciale effecten er in de latere afleveringen nog aan te pas kwamen, de ontzagwekkend lange scène waarin het leven van Cruise aan een metalen draadje hangt, is minstens even spannend als de trappenscène in The Untouchables.

 



4. The Fugitive (Andrew Davis, 1993)

fugitive_01.jpg Andrew Davis tekende in '93 voor een nagelbijtende achtervolgingsthriller – een adaptatie van de legendarische suspenseserie uit de jaren zestig. Harrison Ford en Tommy Lee Jones, die er een Oscar voor kreeg, leggen elkaar op onnavolgbare wijze het vuur aan de schenen, terwijl gaandeweg een moordcomplot aan het licht komt dat de film naar een buitengewoon bloedstollende finale voert. Het verhaal is redelijk van de pot gerukt: de strijd van Ford om zijn onschuld te bewijzen – hij wordt beschuldigd van de moord op zijn vrouw – is bij wijlen ridicuul. Maar Davis injecteert de film met zoveel gracieuze actiescènes, guitige dialogen én humor dat je bepaalde plotwendingen maar wat graag met een korreltje zout neemt.

 

 

5. Traffic (Steven Soderbergh, 2000)

trafficdvdcover.jpgVoor Traffic baseerde Steven Soderbergh zich op de Britse miniserie Traffik over de levenscyclus van heroïne – van de opiumplantages in Pakistan naar de straten van Groot-Brittannië. De versie van Soderbergh speelt zich dan al grotendeels af in de Verenigde Staten en Mexico, narratief blijft de filmmaker redelijk trouw aan de tv-serie. Al een geluk, want de kracht van de reeks zat hem in hoofdzaak in het verhaal, waarin nogal wat personages rondlopen die elkaars leven sterk beïnvloeden, zonder dat ze elkaar ooit tegenkomen. Soderbergh gebruikt drie aparte cinematografische stijlen om evenveel verhaallijnen in nog eens evenveel landen van elkaar te kunnen scheiden. Wat dat laatste betreft, komen ook de bekende koppen goed van pas, onder wie Michael Douglas (als een lid van het Amerikaanse hooggerechtshof), zijn vrouw Catherine Zeta-Jones (als de echtgenote van een getroebleerde drugsbaron) en Benicio Del Toro (als een belaagde Mexicaanse flik).

 

Misère au Blu-ray

17 december 2011 Commentaren (0)

small.jpgMet de voortreffelijke documentaire Misère au Borinage schreef de Belg Henri Storck, samen met zijn Nederlandse collega Joris Ivens, een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van het genre. De film over de mensonterende levensomstandigheden in de Borinage, begin jaren dertig, bezorgde Storck terecht de titel ‘pionier’ en hij wordt internationaal nog steeds geroemd als één van de treffendste sociale documentaires aller tijden.

 

Redenen genoeg dus om zowel Misère au Borinage als een pak andere (kort)films uit de archieven van de inmiddels overleden regisseur te restaureren én uit te brengen op Blu-ray en dvd. De eerste twee uitgaven bevatten, naast zijn chef d’oeuvre, nog twee sociale aanklachten en een indrukwekkende reeks films over Oostende, waarvan Storck in de jaren dertig de – toen een knelpuntberoep – ‘stadsfilmmaker’ was. Eind volgend jaar komen daar dan nog het antropologisch kleinood Boerensymphonie en verschillende kunstdocumentaires bij.

 

Best of 2011 (Movies)

14 december 2011 Commentaren (0)

Tree-of-Life-Film.jpg

Voor wie de nakende feestdagen en bijhorende katers op een cultureel verantwoorde manier wil doorbrengen: mijn tien beste films van 2011! Sommige spelen (hier en daar) nog in de zalen; een aantal zijn intussen verkrijgbaar op dvd (of via digitale tv). Popcorn is optie, maar de meeste smaken het best in combinatie met een Macvin du Jura uit 2006 of een Brundlmayer Gruner Veltliner Kamptaler uit 2007. Enjoy!

 

1. THE TREE OF LIFE (Terrence Malick)

 

2. SOMEWHERE (Sofia Coppola)

 

3. THE HOUSEMAID (Im Sang-soo)

 

4. WE NEED TO TALK ABOUT KEVIN (Lynne Ramsay)

 

5. LA PIEL QUE HABITO (Pedro Almodovar)

 

6. DRIVE (Nicolas Winding Refn)

 

7. THE ARTIST (Michel Hazanavicius)

 

8. BLACK SWAN (Darren Aronofsky)

 

9. MELANCHOLIA (Lars Von Trier)

 

10. WINTER'S BONE (Debra Granik)

Fashion Film Killed the Video Star

05 december 2011 Commentaren (0)

FlyerFashionOff_281111_recto.jpgHet is intussen een publiek geheim dat dit weekend in Antwerpen FASH!ON/off plaatsvindt – het eerste Belgische fashion film festival. Wat de videoclip was voor de jaren tachtig, wordt de modefilm namelijk voor de jaren tien. En als je nu geen flauw idee hebt waarover ik het heb, dan zou ik mij geen al te grote zorgen maken. Je bent niet alleen.

De voorbije weken kreeg ik de vraag zeker twintig keer gesteld: wat dat wel mag zijn, fashion film? Ik heb het intussen ook zelf even zitten googelen – om te zien waar je zoal op uitkomt – en blijkt dat de online oogst nog goed meevalt. De Bollywood-film Fashion buiten beschouwing gelaten welteverstaan, net als die top tien van de markantste garderobes uit de filmgeschiedenis: Marlon Brando in The Wild One, Madonna in Desperately Seeking Susan, de volledige cast van Reservoir Dogs, Sarah Jessica Parker in Sex and the City. Op die laatste na, is dat lijstje eigenlijk nog goed te pruimen, maar het heeft allemaal niets met ‘modefilm’ te maken. Of toch niet met het soort modefilm waar FASH!ON/off rond draait.

Google leverde echter eveneens verschillende links op naar sites die die lading wél dekken, en misschien moet ik nu zelf ook maar eerst een paar voorbeelden geven van wat modefilms (kunnen) zijn, voor ik er verder de lof over zing en de vergelijking met de videoclip maken. Het eerste voorbeeld staat hieronder en is op een jaar tijd uitgegroeid tot een absolute mijlpaal in het genre: KM3D-1 van Baillie Walsh, bekend van onder meer Kylie Minogue’s briljante videoclip voor Slow. De 3D-film (gemaakt voor de website van het Britse modetijdschrift AnOther; het gekleurde brilletje stak bij de papieren versie) is een soort vervolg op het hologram dat Walsh en Moss zes jaar geleden maakten voor een show van Alexander McQueen, en laat zien hoe een als vanouds gracieuze Moss diamanten naar de camera gooit – ‘supplied by Swarovski’. Meer gebeurt er niet, dus noem KM3D-1 – ondanks zijn verbluffende cameratechniek (1000 beelden per seconde!) en filosofisch traktaat over hoe Moss er haar eigen zelfbeeld in aan diggelen slaat – geen grensverleggende videokunst. Het is pure en peperdure eye candy – maar dan wel grand cru.

 

 


Het tweede voorbeeld (zie helemaal onderaan) staat op naam van Kenneth Anger, de legendarische experimentele filmmaker die de tachtig intussen gepasseerd is en zich in zijn carrière nooit met commercials of product placement heeft ingelaten. Dat uitgerekend zo’n man vorig jaar een (heerlijk psychedelisch) filmpje voor het Italiaanse modehuis Missoni inblikte, zegt veel over de artistieke vrijheid die de modefilm op dit moment biedt. Er zijn maar twee – en zelfs die zijn betwistbaar – constanten: er komen kleren, juwelen en/of accessoires in voor, en de rekening wordt betaald door modehuizen en/of modebladen.

Waarom? Omdat die zich – snel! – aan het voorbereiden zijn op de toekomst, en die is audiovisueel. Voor de mode-industrie, die in het verleden inzette op foto’s en daarmee de carrière van heel wat grote fotografen lanceerde, houdt dat een volledig andere manier van denken en werken in. Het kan bijgevolg best wat hulp gebruiken, ‘van gelijk wie een camera heeft’, lijkt de redenering te zijn. Een beetje zoals platenmaatschappijen in de jaren tachtig op zoek gingen naar mensen om voor hen videoclips te maken – ‘om het even wie, zolang het maar over twee weken klaar is.’

PradaAW11-3.jpgIk overdrijf. En toch. De komst van MTV dwong platenlabels om een soort minifilmmaatschappijen te worden. De verkoop van songs hing niet langer louter af van het aantal radiostations dat ze in high rotation stak; het was plots ook belangrijk om ze op tv ‘vertoond’ te krijgen. Alleen had de muziekindustrie weinig tot geen ervaring op vlak van audiovisuele producties, en stond de filmindustrie niet te springen om haar grote zus uit de nood te helpen. Tegenwoordig mag het dan al bonton zijn om voor televisie te werken, begin jaren tachtig keken filmmakers op het medium neer. Pas toen David Lynch – begin jaren negentig – Twin Peaks inblikte, kwam daar geleidelijk aan verandering in.

Kort samengevat: de muziekindustrie zat in de jaren tachtig – lang voor de komst van Napster – op een bom geld, ze had er zopas een gigantisch promokanaal bij gekregen, maar ze kende niemand die dat promokanaal voor hen van content kon voorzien. Dus bestond de eerste generatie videoclipregisseurs uit een hoop armtierige filmstudenten, leergierige fotografen, grensverleggende kunstenaars en toonaangevende reclamemakers.

Het gevolg was dat de videoclip zich in geen tijd ontpopte tot de meest avant-gardistische en technisch innovatieve kunstvorm. De muziekindustrie had geen flauw idee waar het mee bezig was en schreef gewoon cheques uit; verlost van een narratief juk, experimenteerden de makers van videoclips onbeteugeld met vorm en techniek; en de muziekzender MTV, die toen nog voor kwaliteit stond en voor zijn huisstijl een beroep deed op eigenzinnige animators als Bill Plympton, had niets liever. Nee, echt, de jaren tachtig waren zo slecht nog niet.

ruth_hogben_gareth_pugh.jpgVandaag zie je veelal hetzelfde gebeuren in de mode-industrie. Met dat verschil dat het onjuist zou zijn om te zeggen dat de modesector totaal geen ervaring heeft met het maken van filmpjes. Er is echter een groot verschil tussen een commercial en creative content. Uiteraard zeggen ze beide hetzelfde: koop mij! Alleen zegt de ene het letterlijk, terwijl de andere het subtiel probeert aan te pakken. Dat laatste valt in de regel niet uit te leggen aan marketingjongens, die gewoon overal hun logo op willen, ‘en wel zo groot mogelijk’. Alleen is dat niet het soort reclame waar toonaangevende modeblogs op inpikken, laat staan dat iemand zin heeft om er zijn Facebook mee te behangen. Maar dat laatste willen modehuizen natuurlijk wel zien gebeuren.

Social media bieden de mode-industrie vandaag een waaier aan relatief nieuwe communicatiemogelijkheden, maar dan moet ze wel met filmpjes afkomen, niet met foto’s. Bovendien zal het belang van video de komende jaren alleen maar toenemen, wanneer iedereen geleidelijk aan de printversie van kranten en tijdschriften inruilt voor een digitaal abonnement. In plaats van op papier naar een stilstaand beeld van een jurk te kijken, draait iedereen er straks op zijn tablet gewoon met de vingers rond. You like? Geen probleem: klik hier en bestel.

De komende jaren wordt het voor iedereen zoeken naar een soort evenwicht tussen interessante, unieke content en ‘hoe we er tienduizend bloesjes meer door kunnen verkopen’. Zoals ook videoclips in essentie nooit iets anders geweest zijn dan een soort glijmiddel om meer singles en albums te verkopen. Alleen heeft dat er beginnende regisseurs als David Fincher, Spike Jonze, Michel Gondry, Jonathan Glazer en Mark Romanek nooit van weerhouden om audiovisuele meesterwerken te maken – twee videoclips van Romanek, Closer (Nine Inch Nails) en Bedtime Story (Madonna), behoren intussen zelfs tot de vaste collectie van het Museum of Modern Art in New York. Wedden dat die collectie binnen afzienbare tijd ook een pak fashion films telt?