Is Lady Gaga Really a Sex Doll?

10 juni 2011 Commentaren (0)

318016528.jpg

Gevonden: Kunst

07 juni 2011 Commentaren (0)

In Antwerpen valt kunst binnenkort gewoon voor het rapen - letterlijk. Vanaf zaterdag hangt een groep kunstenaars (schilders, fotografen en - kwestie van vooral niet te discrimineren - etsers) de stad vol werken die je gewoon mee mag nemen. Het project heet Am I Yours? en er is maar één voorwaarde om de kunst legaal te ontvreemden: je moet het kunstenaarscollectief een foto van het werk in zijn nieuwe thuis toesturen. Om verwarring (lees: diefstal) te vermijden, kun je de 'deelnemende werken' herkennen aan onderstaand logo. Wat niet wil zeggen dat het geen zegen (lees: hooguit een minor misdemeanor) zou zijn, mocht je in het Middelheim een aantal stukken uit de vaste collectie opladen. Niet over nadenken; gewoon doen!

227498_218565341495149_186759381342412_846918_1521463_n.jpg

Lindsay Lohan Is Brigitte Bardot!

03 juni 2011 Commentaren (0)

li-lo.jpg

 

Lindsay Lohan is aan een (zware) comeback bezig. Oké, eerst zit ze nog even een paar maanden thuis met een enkelband aan (van Gucci?), maar zelfs dan is er geen ontsnappen aan. Eerst was er het nieuws dat ze, naast Al Pacino, John Travolta en Joe Pesci zal meespelen in Gotti: Three Generations, de nieuwe film van Barry Levinson over het leven van de roemruchte maffiabazen John Gotti Senior en Junior. Dan bracht Hamburger Eyeland, een van onze favoriete independent tijdschriftuitgevers, een eerste Lindzine uit - een aan elkaar geniet fanzine van 56 pagina's; how f*%@ing cool is that?!

 

En nu heeft de Amerikaanse kunstenaar Richard Phillips - altijd al een starfucker geweest - een filmpje van anderhalve minuut gemaakt waarin Lohan wordt opgevoerd als Brigitte Bardot in Jean-Luc Godards Le mépris en Liv Ullmann in Ingmar Bergmans Persona. Het filmpje maakt deel uit van Commercial Break, een installatie die nog tot zondag te zien is op de Biennale van Venetië: 'On a giant video billboard navigating the heart of Venice, over eighty artists engage with the relationship between advertising and culture in a city where advertising is virtually banned. The short digital works by globally recognized and emerging artists from around the world bring the form and language of advertising to Venice.' Klinkt goed, maar wij onthouden vooral dat Lindsay Lohan aan een (zware) comeback bezig is - en wie kan daar nu rouwig om zijn?

 

Bettina Rheims: Strike a Rose

01 juni 2011 Commentaren (0)

bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramleyVorig jaar deed ik voor het tijdschrift Apollo (RIP) een interview met de Franse fotografe Bettina Rheims, die toen bij Taschen net het boek Rose, c'est Paris had uitgebracht. 't Is te zeggen: de Collector’s Edition (€750) en de Art Edition (€1500) waren toen net uitgekomen. En nee, ik heb het zéér beleefd gevraagd, maar ze hebben er mij geen gegeven - zélfs geen simpele Collector's Edition, de gierigaards!

 

Intussen is het boek, waar eveneens een film bij hoort, ook uit in een goedkopere, maar nog altijd bijzonder knap uitgegeven versie (€49,99), dus leek het mij geen slecht idee om dat interview nog eens af te stoffen.

 

'A multi-layered opus of poetic symbolism, Rose, c'est Paris presents a city of surrealist visions, confused identities, obsession, fetish and seething desire,' aldus de website van Taschen, en ik heb daar op zich niet veel aan toe te voegen, behalve dat het project in gelijke mate erotiek, noir, fashion, De Sade en Bunuel uitademt, en dat de Belgische danseres Inge Van Bruystegem er de 'hoofdrol' in speelt.

 

bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramley

Apollo, mei 2010

'Mijn foto’s zijn seks, ja. Live with it!'

Al sinds ik weet wat een diafragma is, is Bettina Rheims een van mijn favoriete fotografen. Dat haar modellen in de regel a) knap b) naakt c) geil d) all of the above zijn, is daar niet vreemd aan. Maar er is meer: gezien haar voorliefde voor erotiek en seks, is de enorme intimiteit van haar werk fascinerend. In het pas verschenen fotoboek Rose, c’est Paris (inclusief film) toont ze zich bovendien een intrigerend vertelster.

Ze hadden mij gewaarschuwd: ‘briljante fotografe, ongelooflijk takkewijf’. Om eerlijk te zijn: niets van gemerkt. Oké, vijf minuten voor ze naast mij in de zetel kwam zitten, werkte ze nog een fotograaf buiten die haar iets te lang met Rose, c’est Paris in haar handen had laten poseren. Maar dat ding weegt een ton en de man gaf niet de indruk dat hij een wereldfoto aan het maken was - 'Alors, show me le cover du livre et rire!' Het vorige interview had Rheims zichtbaar ook tegen haar goesting zitten doen. Ook daar weer: de journaliste had een dwaze Dag Allemaal-look en de kans is groot dat 'Et c’était comment working with Madonna?' bovenaan haar notitieblokje stond. Maar dan vollédig in het Frans uiteraard – een taal waaraan ik mij alleen in hoogste nood wagen.


Tegen mij doet de wereldberoemde fotografe volkomen normaal. Ligt het aan onze vragen? Geen idee. De oplage van het boek Rose, c’est Paris is voorlopig zo gelimiteerd dat ik het slechts een halfuur voor het interview heb kunnen inkijken, en ik dus niet echt iets had voorbereid. Ligt het aan het feit dat Rheims er voor een vrouw van 58 nog bijzonder hot uitziet en uit haar werk een opwindende vorm van intimiteit spreekt – alsof je door de lens van een camera naar je eigen lief kijkt? Euh, ik heb moeite gedaan om mijn bewondering voor haar (werk) te verbergen, dus laat ik het opnieuw op ‘geen idee’ houden, en zeggen dat ze een toffe en supergetalenteerde griet is.


bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramleyBettina Rheims fotografeerde in haar carrière iedereen van Madonna tot Delfine Bafort, ze draaide commercials voor Chanel en BMW, en schopte keet met haar inmiddels roemruchte fotoreeks I.N.R.I. – een kruising tussen The Last Temptation of Christel en Caligula. In het boek X’Mas bracht ze de seksualiteitsbeweging van jonge vrouwen op treffende wijze in beeld, in Shanghai werd de gelijknamige Chinese stad uitgekleed, in Heroïnes deed ze hetzelfde met de Franse modescène en The Book of Olga was een zinnenprikkelende verzameling foto’s van Olga, een Russische schone wier steenrijke echtgenoot Rheims had ingehuurd om kiekjes van zijn wederhelft te maken.


Sinds vorige maand ligt Rose, c’est Paris in de winkel, een verleidelijke hommage aan Parijs, de thuisstad van Rheims en haar producent/coauteur/ex-echtgenoot Serge Bramly. Rose, c’est Paris is niet alleen een boek, maar ook een film waarin de Belgische danseres Inge Van Bruystegem (Needcompany) de hoofdrol speelt. Ze kruipt in de huid van een doorgaans schaars gekleed meisje dat door Parijs zwerft, op zoek naar haar vermiste zus.

Iedereen weet intussen dat het ei voor de kip kwam, maar wat was hier eerst: de foto’s of de film?
BETTINA RHEIMS: 'Ze zijn op hetzelfde moment geboren. Serge en ik hebben in het verleden vaak samengewerkt, en telkens kwam daar iets compleet anders uit. Ook de werkwijze was telkens anders: soms schreven we samen een verhaal waar ik dan de foto’s bij maakte, soms kwam Serge met iets af en probeerden we dat visueel te vertalen. Maar dit keer zijn we vertrokken van het idee samen een verhaal te schrijven om het vervolgens elk apart in beeld te brengen: ik met fotografie, Serge met film. We wilden een hommage brengen aan Parijs, maar dan niet aan het toeristische Parijs, maar ons Parijs – een soort gefantaseerd sprookje.'

Oké, we zijn niet volledig mee: jullie Parijs is een sprookje? Jullie wonen er toch?
RHEIMS: 'Ja, maar het beeld dat wij van de stad hebben, is niet echt. Het is wat wij ervan maken: een vorm van fictie. We zijn begonnen met het optekenen van onze jeugdherinneringen, verlangens, dromen, nachtmerries, alles wat ons beeld heeft gevormd. Nadien zijn we op zoek gegaan naar locaties, hebben we castings georganiseerd en alles in scène gezet. Ik regisseerde de modellen en nam de foto’s, Serge legde alles vast op film. Voor de duidelijkheid: we werkten op hetzelfde moment! Er waren geen aparte filmopnames of fotoshoots.'

bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramleySERGE BRAMLEY: 'Als Bettina zegt dat ons beeld een sprookje is, dan bedoelt ze dat in Parijs alles mogelijk is. Je kan Parijs voortdurend herinterpreteren, door ervaringen uit het verleden te mengen met contemporaine sensaties. En dan is er nog het verhaal dat we vertellen, over een meisje dat naar haar zus op zoek gaat en de ene geheime locatie na de andere ontdekt. Dat verhaal hebben we niet alleen verzonnen, op het einde blijkt het niet eens te kloppen: het meisje heeft helemaal geen zus!'

Nu zijn we nog altijd niet volledig mee én je hebt het einde verklapt! Maar wat mij nog het meest fascineert, is dat jullie Parijs hebben uitgekozen om een fictief verhaal te vertellen. Jullie wonen er al heel jullie leven – een documentaireproject was evidenter, misschien zelfs persoonlijker geweest.
RHEIMS: 'Met het tweede ga ik niet akkoord, en met het eerste eigenlijk ook niet. (lacht) Ik weet niet of het evidenter zou geweest zijn om een documentaire te maken in Parijs. Acht jaar geleden hebben we een jaar in Shanghai gezeten en daar hebben we iets in die zin gedaan. Maar dat kwam vanzelf: alles was zo nieuw, zo exotisch, we konden niet anders dan het allemaal opnemen, zoals het op ons afkwam. In Parijs liggen de kaarten anders. Wilden we het voor onszelf boeiend houden, dan moesten we de stad heruitvinden. Anders zou het zijn alsof we toerist in eigen stad spelen. We zijn veel verder gegaan, op zoek naar plekken waar toeristen nooit komen. Noem het de geheimen van een stad, locaties die je alleen vindt als je er lang genoeg woont, als je het hebt verdiend om ze te ontdekken.'

Laten we het even hebben over de film noir, want daar doen heel wat foto’s mij aan denken.
RHEIMS: 'The what?'

(in ons beste Frans) Le film noirrrgh.
RHEIMS: 'Aah! De film noir! Interessant onderwerp, ja. Ons verhaal heeft een vrolijke, maar ook een donkere kant. Het gaat niet enkel over romantiek, liefde en seks. Er worden mensen in vermoord, er dwalen spoken in rond, er zit suspense in. Het project draagt niet voor niets de subtitel ‘un grand sérial mystérieux’. Het doet denken aan de hoorspelen op de radio waar ik als kind naar luisterde. Mijn ouders hadden geen televisie, maar dat vond ik niet erg. Die horrorverhalen op de radio waren een pak spannender. Bij gebrek aan beeld lieten ze veel aan de verbeelding over. Serge en ik werken mét beeld, maar het is nooit onze bedoeling een netjes afgelijnd verhaal te vertellen. Serge heeft er een structuur aan gegeven, maar alles is voor discussie vatbaar: het einde zou evengoed het begin kunnen zijn. Plus: je hebt de indruk dat we scènes hebben weggelaten, dat je naar een reeks gebeurtenissen zit te kijken die soms wel, soms niet aan elkaar gelinkt zijn. Zoals je in het echte leven ook niet overal tegelijk kunt zijn en soms op je intuïtie moet afgaan.'

bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramleyWaar we het eigenlijk over wilden hebben: in de film noir is de protagonist in de regel een man – vrouwen krijgen een bijrol toebedeeld als femme fatale. In Rose, c’est Paris is de protagonist een vrouw.
RHEIMS: 'Zoals in de meeste van mijn projecten, ja. Let wel: er zitten mannen in het boek en de film, maar ze spelen geen rol van betekenis. Je kunt je zelfs afvragen of ze wel echt zijn, of ze überhaupt iets met het verhaal te maken hebben. Het zijn decorstukken. Daarom ook dat ze allemaal hetzelfde dragen: zwart pak, wit hemd, zwarte das. Alleen het personage van Fantômas (een antiheld die in het begin van de 20ste eeuw boven de doopvont werd gehouden door de Franse schrijvers Marcel Allain en Pierre Souvestre, red.) is van belang. Hij stelt het Kwaad voor. Ik ben er, net als de meeste surrealisten, altijd door gefascineerd geweest omdat hij in Frankrijk zoveel emoties heeft losgemaakt. Vandaag duikt hij nog af en toe op in nachtmerries, maar vroeger waren ze ervan overtuigd dat hij echt bestond. De politie kreeg telefoons van mensen die zeiden dat ze hem op straat hadden zien lopen. Erg intrigerend, dat een fictief personage mensen zoveel schrik kan aanjagen, en dat de grens tussen feit en fictie compleet vervaagt. Ook in ons verhaal is het niet duidelijk of hij echt is of niet. ’t Is te zeggen: voor mij is hij echt, want het personage wordt gespeeld door onze zoon.' (lacht)

Die zoon is het bewijs dat je niet lesbisch bent. Begrijp je waarom veel mensen dat denken, als ze naar jouw foto’s kijken?
RHEIMS: 'Ja, en het stoort mij helemaal niet. (denkt na) Eigenlijk is het simpel: de meeste fotografen zijn mannen. Ik ben een vrouw, wat betekent dat ik vrouwen niet alleen beter begrijp, maar vaak ook meer gedaan krijg. Ze vertrouwen mij wanneer ik hen vraag om naakt te poseren, omdat ze weten dat ik er geen erectie van zal krijgen.' (lacht)

BRAMLEY: 'Op een camera staat een gigantische fallus: de lens. Voeg daaraan toe dat de meeste mannelijke fotografen zich tegenover hun modellen gedragen als een jager tegenover zijn prooi, en ik kan me voorstellen dat zoiets bedreigend overkomt. Ik maak er misschien een karikatuur van, maar fotografie is een spel van verleiden en verleid worden. Dat sluit een zekere vorm van intimiteit uit, want je geeft je nooit volledig bloot aan iemand die je komt verleiden. Letterlijk misschien wel, maar zeker niet figuurlijk. Bij Bettina is die intimiteit er wel omdat ze er niet op uit is haar modellen te verleiden. Ik heb vrouwen al heel hun leven aan haar horen vertellen, alsof ze tegen een priester bezig waren.'

RHEIMS: 'Ik nodig mijn modellen uit om mee te denken. Dat versterkt onze relatie. Ik zet ze op weg, dan laat ik hen los, ze geven mij iets van zichzelf, ik pik erop in. Het is een cliché, maar het is een kwestie van geven en nemen. Serge heeft ook gelijk, wanneer hij zegt dat er geen verleiding aan te pas komt. Mijn foto’s zijn erotisch, ze ademen seks uit, maar de wijze waarop ik werk, is volstrekt aseksueel. De kans dat ik door een van mijn modellen opgewonden geraak, is nihil.'

Nu we eindelijk over seks bezig: er zijn mensen die jouw werk – God weet waarom – provocerend vinden.
RHEIMS: (gooit haar armen in de lucht) Dat is hun probleem. Als er mensen zijn die door mijn werk geschoffeerd worden, moeten ze er misschien gewoon niet naar kijken? It’s a free world. Ik weet alleen dat ik nog nooit één foto gemaakt heb met als doel iemand te provoceren.

bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramleyZelfs niet toen je voor I.N.R.I. het leven van Christus navertelde en hem aan het kruis verving door een naakte vrouw?
RHEIMS: 'Eerlijk waar: nee! We hebben daar twee jaar samen aan gewerkt, met een team van tientallen mensen en meer dan duizend modellen. Niemand heeft zich ooit ook maar één keer de bedenking gemaakt dat mensen erdoor gechoqueerd zouden kunnen zijn.'

BRAMLEY: 'Meer nog: we hebben er uren over gesproken met priesters en theologen. Ze hebben ons zelfs geholpen met de productie.'

RHEIMS: 'Gedurende zes maanden hebben we elke donderdag een paar uur met een priester samen gezeten, met vragen over de Bijbel, de katholieke kerk, dit, dat.'

BRAMLEY: 'Het was echt wel een verrassing om plots de wind van voren te krijgen.'

RHEIMS: 'Een verrassing? Het was een schok! Ik was er kapot van.'

BRAMLEY: 'Het enige project waarvan we op voorhand vermoedden dat het voor enige controverse kon zorgen, was Shanghai. We dachten dat de Chinese overheid het niet erg prettig zou vinden om een naakt meisje naast een politieagent te zien staan. Blijkt dat ze het fantastisch vonden! We hebben niet één negatieve reactie uit China gekregen. De Chinese ambassadeur in Parijs is ons persoonlijk komen bedanken.'

RHEIMS: 'Ik denk dat het een kwestie van timing was. Als we er nu, tien jaar later, op terugkijken: wie heeft ons toen aangevallen? Een paar idioten van het Front National, dat toen sterk in de lift zat, veel media-aandacht kreeg, en slachtoffers zocht om nog meer pers en stemmen te halen. Oh, en dan was er ook nog een priester uit Bordeaux die uit de Kerk was gezet omdat hij een paar kinderen had verdronken, of zoiets. Een paar conservatieve media hebben hen een forum gegeven en plots bevonden wij ons in het oog van een storm. Nu moet ik eerlijk toegeven dat onze uitgever er ook voor iets tussenzat. Hij wou per se de foto van het kruis op de cover. Wij waren tegen, maar in ons contract stond dat hij het recht had om gelijk welke foto als cover te gebruiken.'

bettina rheims, apollo, rose c'est paris, inge van bruystegem, interview, serge bramleyHeb je sindsdien ooit twee keer over een project of een foto nagedacht?
RHEIMS: (vurig) 'Nee! Nooit!'

BRAMLEY: 'Zeker niet tijdens het maken van Rose, c’est Paris.'

RHEIMS: (geïrriteerd) 'Nee, maar ook niet tijdens het maken van gelijk welk ander project. Ik kan die vraag het best beantwoorden, want ik ben de fotograaf! Ik vind het geen kunst om mensen te beledigen, en ik vind ook niet dat ik dat doe. Voilà! Wat anderen ervan vinden, daar kan ik geen rekening mee houden. Je kan de reactie van anderen trouwens nooit voorspellen. Neem nu The Book of Olga, mijn succesvolste werk ooit. Aanvankelijk was het niet eens de bedoeling om daar een boek van te maken. Een Russische miljardair had mij gevraagd om zijn vrouw Olga te fotograferen – een vraag die ik wel vaker krijg. Ik heb het gedaan en per toeval heeft Benedict Taschen (de oprichter van de gelijknamige kunstuitgeverij, red.) de foto’s onder ogen gekregen. Hij wou ze in een boek gieten, en ik begreep bij God niet waarom. Ik had nooit gedacht dat iemand erin geïnteresseerd zou zijn, laat staan dat een krant als Le Monde de reeks als een meesterwerk zou bestempelen. Ik viel compleet uit de lucht!
Om eerlijk te zijn: ik ben vandaag nog steeds niet overtuigd van de kwaliteiten van de reeks, maar laten we dat tussen ons houden. (lacht) Alleen in Rusland werd het boek slecht onthaald. Een krant noemde het ‘het pornografische object van het jaar’. (geamuseerd) Ik vond dat een compliment, maar het was duidelijk niet zo bedoeld, en Olga kon er niet mee lachen. En dan moet je weten dat haar echtgenoot mij had gevraagd om nog verder te gaan, maar dat ik dat niet zag zitten. Mensen kunnen mij inhuren, maar ik ga mijn ziel niet verkopen.'

Van Olga naar Inge Van Bruystegem. Hoe verovert een Belgische danseres de hoofdrol in een project van Bettina Rheims?
RHEIMS: 'Casting. We hadden gedacht dat het ons minstens drie maanden zou kosten om het juiste meisje te vinden. Ze moest magisch zijn; mooi, maar niet te mooi; jong, maar niet te jong. Ze moest in staat zijn om zichzelf om te toveren, om van het ene karakter naar het andere te springen. Het leek een onmogelijke opdracht, maar na twee uur achter de computer van mijn castingagent had ik ze gevonden – Inge, dus. Het enige probleem was dat we op dat moment nog lang niet met alles klaar waren. Maar ik wou er onmiddellijk aan beginnen, uit schrik om Inge te verliezen. Zes maanden lang hebben we drie dagen per week met haar gewerkt. Al die tijd bleven we aan het verhaal schrijven, we gingen op zoek naar locaties en contacteerden andere modellen om in de foto’s en film te figureren (onder wie Naomi Campbell, Monica Bellucci, Charlotte Rampling en Michelle Yeoh, red.). Het was gekkenwerk, maar Inge made it worth it. Ze had niet alleen de geknipte look, ze zorgde voor een relaxed sfeertje op de set en dacht mee over het concept. Op een dag zei ze dat ze naar haar zus wou zoeken ‘in voedsel’, dus trokken we naar een restaurant waar ze zich als kok voordeed en naar haar zus ging zoeken in elke pot en pan die ze maar kon vinden. Echt waar: ze was perfect.'

 

The New BIG Moby Interview

24 mei 2011 Commentaren (0)

moby,destroyed,interview,exhibition,tentoonstelling,a&gallery,gent,ghentMorgen gaat A&Gallery opnieuw open - na een paar dagen rust, al is dat sterk relatief. Niet dat ik het tegenwoordig enkel nog over de galerij kan hebben, maar ik ben er intussen al een paar maanden intensief mee bezig en het besef dat ik nog tot 4 juni verantwoordelijk ben voor een 'plek' die van woensdag tot zaterdag (telkens van 13u tot 22u) open moet zijn, is nog steeds aan het groeien. Het enthousiasme over de vernissage en de eerste week maakt het uiteraard ook erg prettig, en dan moet de tentoonstelling van Sophie Van der Perre nog geopend worden - vernissage is morgen tussen 19u en 22u, en ik ben er érg opgetogen over. Vanzelfsprekend, maar toch.

 

Intussen loopt ook de expo van Moby verder (tot 4 juni, dus) en omdat nog niet iedereen The Moby Gazette in handen heeft gekregen, staat hieronder het interview dat ik vorige maand met hem had. Oh, en in verband met de krant: als je weet hebt van leuke plekken (in ons land) waar de krant zou moeten liggen (maar dus duidelijk nog niet ligt): let me now! We hebben ons uiterste best gedaan om hem zo wijd mogelijk te verspreiden, maar het kan altijd zijn dat we een coole plek (of twee) zijn vergeten.

 

 

MUSICIAN TURNS PHOTOGRAPHER

Moby: “Excuse me! I’ve been taking pictures for 35 years.”

You undoubtedly know him as a musician but what you most likely didn’t know is that Moby has also been a keen photographer ever since he was a kid. “I was a real darkroom rat”, he told us when we met up last month in Brussels. “So it’s not like I’m celebrity #376 picking up a digital camera and taking some photos – I’ve paid my photo-chemical dues!”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghent

I first met Moby in the summer of ’99 when he was playing at Les Nuits Botanique – a not too big, not too small indoor festival in Brussels. The album Play had already come out but it had yet to sell the millions of copies it eventually ended up selling – which is probably why I got the interview in the first place (because I was only working for a student radio station at the time). Ever since, I had the pleasure of talking to Moby every couple of years, about music and stuff. Then, in the summer of 2008, we photographed him for our black & white series Angels & Ghosts – the result of that shoot you can see on this page.


Three years later, it seems like the roles have been reversed. Or at least, they’re different. Angels & Ghosts is about to be transformed into a gallery; Moby is about to publish his first book as a photographer. The book is called Destroyed and Italian art book publisher Damiani (which recently also put out photo books by Tom Munro, Yelena Yemchuck and Harri Peccinotti) describes it as “a litany of intriguing photo images taken all over the world – a by turns stark, poignant, amusing and beautiful cavalcade of surreally deserted cityscapes and urban ‘non-places’; airport buildings with endless corridors that seem to lead nowhere; and semi-abstract compositions of cloud forms and landscapes shot from airplane windows.”


At the same time, Destroyed contains a vast number of crowd pictures, as snapped from the stage. As Moby puts it, “Touring is all contrasts and strangeness, and that's what I'm trying to convey in these pictures.”


Destroyed is also the title of Moby’s new album – “a soundtrack for empty cities at two in the morning,” according to the artist’s copywriter. “It fluctuates with nocturnal feelings of anxious isolation and comfort in quiet solitude. The songs on the album were written mostly late at night; in hotel rooms around the world when cities had gone to bed and the insomnia that worldwide travel can induce fueled Moby’s need to create.”

I remember writing a review about your previous album Wait for Me and calling it dark and melancholic. Then I read the press release of Destroyed and it’s like Wait for Me was a joyous pop album!
Moby: “Well, I think they’re both fairly melancholic records. Then again, I’m the worst judge of my own music. When I’m making a record, I pretty much do everything by myself: write the songs, play the instruments, do the engineering. So by the time the record is finished, I have no objectivity and no perspective whatsoever. Sometimes I’ve made albums whose meaning have changed drastically over time – I hear them completely differently today than when I made them. Having said that, I think Destroyed definitely has a certain quality of melancholy and loneliness to it but at the same time I was trying to make an album that has a sense of warmth and comfort to it as well.”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghentA year ago, you told me you were thinking about making a double album – one side electronic, the other acoustic or maybe even orchestral. What went wrong?
Moby: (Laughs) “I still want to make an all-acoustic album one day because that’s what I grew up playing. When I was very young, I played classical music and even today I still really like the idea of making a completely non-electronic album. At the same time, I really love electronic music and when you’re making an album in hotel rooms late at night, it sort of limits the possibilities in terms of working with a lot of instruments. But even though it’s really electronic, there are a lot of orchestral elements in it. I guess you could say the idea of doing something acoustic didn’t make it but I did end up combining electronic and orchestral music.”

In a recent interview with Wired, you said ‘it really helps if you only know how to do one thing because then you have no fallback plan – I think it’s a key component for success’. Of course, you were talking about making music but now you’re also proclaiming to be a photographer. That’s two things.
Moby: “I think the key to success is twofold: to only know how to do one thing and to love what you do. For example, there have been so many times in my life when my career as a musician didn’t work out. In the late eighties, I was living in an abandoned factory, in a crack neighborhood and I was making about 6,000 dollars a year. I was broke, I was hungry, I had no running water and I didn’t know how to do anything else so I just kept working on my music. I’m glad I did. (Laughs) About me being a photographer, now that’s a whole different story. Destroyed is my first photo book but I’ve been a photographer since I was ten years old. I grew up working in dark rooms, shooting film, being a photo assistant; I just never felt the need, let alone comfortable sharing my work with anybody else. Even now, 35 years later, it still feels strange but I’m glad I’ve made this book.”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghentI’m a bit puzzled though because when I talked to you around the same time last year, I asked you whether you would ever publish a photo book. Your answer: ‘I don’t think that will ever happen.’
Moby: (clearly puzzled as well) “Huh. I guess it shows that up until recently, I never thought of actually doing anything with my photography. It’s only when I showed some of the images in this book to a couple of painter friends of mine in New York that the idea of doing a book slowly started to grow inside my head. They really encouraged me to look into it while I never – in all those years – started seeing myself as a professional photographer. Now my uncle, he really was one – working for The New York Times and National Geographic. He was also the one who gave me my first camera: an old Nikon F camera, the standard workhorse camera for professionals in the '60s and '70s. Compared to what he did, I was an enthusiast, not a professional.”

But you also studied photography, right?
Moby: “Right. When I was in college. They had these annoying darkrooms that led me to develop obsessively so other people wouldn't steal my chemicals. It kind of reinforced my belief in the DIY aesthetic.”

What really struck me about the photos in the book is that there are a lot of people in them but no real persons. It’s like you prefer big crowds to intimate encounters?
Moby: ‘Or maybe I’m just really shy? (Laughs) Actually, I am kind of shy so I never take that many photos of people. But it’s an interesting point you make because I feel that is exactly what Destroyed is all about. The book is a quite formal documentation of what I experience when I go on tour and yet it’s also a very unconventional touring book. Most books about touring involve guitars, sweaty musicians and packed tour busses. They show either the gritty or the glamorous side of touring. I document the strange side of touring: empty hotel rooms, weird airports, flying over odd deserts in Chili, the strangeness of being backstage in an anonymous dressing room and then suddenly being in front of 50,000 people. So in all honesty: on my tours, I don’t ‘experience’ that many people. It tends to be either 50,000 people or nobody – which I’m sure, psychologically, can’t be very healthy.”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghentYeah, but surely you must have some friends while you’re on tour?
Moby: “Well, just to be clear on this: I like people. It’s just that, esthetically, I like formal compositions. So if you look through the photo book, you’ll see most photos are exactly that: formal and conventional. And it’s hard to do that with people. People don’t have angles. Also, as a species, when we see a photograph of a human, we don’t notice their environment. Our eyes immediately go towards the human. We look at their facial expression, we look at what they’re wearing – things I’m just not that interested in. I’m really much more fascinated by our environment. So I think that’s one reason why I – for the most part – left humans out of the book. But I also really wanted to create that strange juxtaposition of empty spaces and spaces filled with a couple of thousand people because that’s definitely the single strangest thing about life on the road.”

So models really needn’t bother?
Moby: “Oh, I’d like to work with models. I just wouldn’t know what to do with them – apart from putting them in clown costumes maybe. Wait! That might actually be a good idea: models in clown costumes submerged in tanks of water. I could make a whole series! Okay, that’ll be my next project.”

Yes, well. Let’s talk about André Kertész, who you list as a major influence on your work. Do you know that Kertész – despite being one of the most influential photographers of the 20th century – considered his body of work to be hugely overlooked? Basically, he wanted more recognition. What about you – as a photographer?
Moby: “Do I want to be recognized as a photographer? No. Just like I was never hoping to get recognized as a musician. I just really love making music and I really love taking pictures. Of course, I also really love that I have an audience; that there are people willing to listen to my music and look at my pictures. The fact that they also talk about them makes me feel really humble and thankful. Bottom line though: I just love the medium of photography and how ubiquitous it is, how powerful it can be, how it can take our world and show it back to us or how it can even create worlds that have never existed. For me personally, part of the appeal of photography is to better understand the world I live in and to better understand those moments of my life – to document experiences that are odd or personal and to re-examine them.”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghentRight, but all of that was fine when you just took those pictures for you and your friends to see. You might have even put them on your website or Facebook without anyone really noticing. Putting out a book changes all that. Now, you’ll have photo critics judging your work.
Moby: “And I’m a little concerned about that. There’s a long tradition of musicians trying to be visual artists or putting out photo books. Usually, their work isn’t very good. The only thing that makes me feel qualified to do this is that I’ve been shooting photographs for so long. And also, strangely enough, the reaction from the photo world thus far has been surprisingly good. I’m pretty sure somewhere down the line there will be someone who does not like what I do but so far I’ve had no complaints.” (Laughs)

What is it about André Kertész that appeals to you most?
Moby: “His ability to combine spontaneity with composition. He’d be in a hotel room taking a picture of the street and it would be accidental but the composition would be very formal. I appreciate people who approach photography almost like set design, but I also love the idea of finding that which is strange or disconcerting or beautiful and documenting it.”

Which other photographers have been important to you?
Moby: “Well, my biggest inspiration, from the time I was about five years old, is Edward Steichen – because the only art book we had at home was a Steichen book. I used to go through it obsessively, to the point where the images are burned into my consciousness. A more recent influence has to be Wolfgang Tillmans. Why? Because in the ‘70s and ‘80s, photography techniques almost took precedent over composition. Then Wolfgang Tillmans came along and said: ‘by the way, if you have a crummy little instamatic camera you can make remarkable images as well.’ There’s something really liberating about that.”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghentIf you could ask any photographer on earth to take a picture of you, who would that be?
Moby: “That’s a hard question. (Thinks for about four seconds) Wolfgang Tillmans already shot me a couple of times so I think I will go for Sally Mann. She’s definitely one of my favorite photographers. Or you know what would be interesting? There’s this Japanese photographer called Hiroshi Sugimoto, who shoots very minimal, very abstract photographs. It would be fascinating to see what he would do if he took a portrait of someone.”

You told me you started out as a darkroom rat. Do you still shoot on film?
Moby: “No, I don’t anymore. The first and primary thing is the environmental aspect: developing film stock exposes you and the environment to a nasty array of chemicals. So the less film I use, the better off we all are. Digitally, I can shoot as much as I want – without having to worry about the cost to the environment. Other than that, a lot of what I shoot is still SLR. I also continue to shoot manually even though I have an automatic digital camera. I just like to be able to control exposure and depth-of-field. When it comes to the actual processing though, I’m a bit clueless. I have photographer friends who are real Photoshop wizards: they’ll chop up a photo into its component parts, brighten some, take some out of focus and move things around. Maybe it’s laziness or respect for the original image, but I don’t touch the image very much.”

I was rather surprised to find out you’ve moved to Los Angeles recently. I always pictured you getting a statue next to Lady Liberty one day. But then I remembered something David Lynch once said to me – something about the light in LA being absolutely perfect to shoot movies in. So you’ve moved to LA because of the light?
Moby: (Laughs) “If you mean sunlight, you might actually be right: I like to be warm in winter. But the most important reason for me moving to LA is that New York has become so expensive that artists can’t afford to live there anymore. When I moved to the city in the ‘80s, it was all falling apart. New York was edgy, dark, fascinating and attracting thousands of writers, musicians, all sorts of artists. Over time, New York has become a very rich place. My neighborhood used to be populated with artists; these days there are only hedge fund managers and Wall Street employees. That’s why the eastside of LA, where I moved to, feels like coming home. It’s this really fascinating creative community with lots and lots of artists. Plus: LA is such an inexpensive city – anyone can live there. You can get a big enough space to work in and still be able to pay the rent.”

moby, destroyed, interview, exhibition, tentoonstelling, a&gallery, gent, ghentOkay, but seriously: is LA light better than New York light?
Moby: “I think … (Pauses) You know, I think I like LA better at night. In a strange way, David Lynch might have also been talking about how this city looks at night – with its strange fluorescent lights that make for interesting illumination. There’s a real emptiness to it at night because it doesn’t have the concentration that other cities have. After dark, some of the streets really empty out. Like if you watch Inland Empire, David Lynch shot most of that movie at night, when LA becomes an even more messed-up city than during the day. I mean, it’s warm and beautiful in some places but it’s also this strange, crumbling, almost apocalyptic city as well. And then there are so many different cities within LA. There’s downtown, which actually looks like a city. There’s Beverly Hills, which is strange, sterile and manicured. There’s Hollywood, which still has crack heads and trannies walking down the street. And then you go up in the hills and there are mountain lions, coyotes and rattlesnakes. These are all reasons as to why I just have to live in LA right now.”