14 juli 2011 | Commentaren (0)

Angels & Secrets: Erol Alkan

0005-Erol Alkan.jpg

 

Omdat gisteren in A&Gallery de tweede Angels & Ghosts-tentoonstelling uit de startblokken is gakatapulteerd, en omdat daar ook een krant bij hoort, en omdat die vooral in Gent, Antwerpen, Brussel, Kortrijk, Oostende en Brugge is verdeeld, en omdat er in België ook mensen op andere plekken wonen, dacht ik het gesprek dat Peter Teirlinck had met ons en Erol Alkan gewoon ook online te gooien - in afwachting van de volledige krant die zéér binnenkort eveneens online zal te lezen zijn. Enjoy!

erol alkan,angels & ghosts,a&gallery,interview“Een foto? Moet dat echt?”

Nog nooit van Angels & Ghosts gehoord? Kan gebeuren. Niemand is perfect. Maar misschien heb je deze foto van Erol Alkan al wel ergens zien staan? De Britse producer gebruikt hem al bijna vier jaar als profielfoto en hij heeft intussen ook op een paar honderd flyers en affiches gestaan. Zeggen dat het veruit de bekendste foto van Angels & Ghosts is, zou een klein understatement zijn – sorry, Uffie, Mr. Oizo, Felix Da Housecat, Moby, Laurent Garnier en Boys Noize! Het had echter geen haar gescheeld of hij was er nooit gekomen. Erol Alkan: “Ik had er echt geen zin in, nee.”

Toen journalist Ben Van Alboom en fotograaf Wouter Van Vaerenbergh in de zomer van 2007 contact met Erol Alkan opnamen, zat Angels & Ghosts nog in een embryonaal stadium. “Het plan om een reeks zwart-witportretten van elektronische muzikanten te maken, was toen al meer dan een jaar oud,” herinnert Wouter zich, “maar er is een groot verschil tussen plannen maken en ze ook echt uit te voeren.”


In januari 2007 begonnen de twee er uiteindelijk aan, “met het idee om er op het einde van dat jaar een tentoonstelling mee te organiseren en er een boek van te maken”, zegt Ben. “Dat betekende dat we een dikke tien maanden hadden om een fenomenaal lange wish list af te werken. Onmogelijk natuurlijk, maar omdat onze eerste foto’s – James Holden, Alex Gopher, Motor – al meteen bij iedereen in de smaak vielen, kregen we snel hulp van heel wat labels en boekingsagenten. Op die manier – dank u, Peter! – zijn we op een druilerige zomeravond in Dour ook tot bij Erol Alkan geraakt.”


Het enige probleem was dat niemand er de Brit over had ingelicht. Erol: “Ik had net een interview gedaan dat flink was uitgelopen. Plots kreeg ik te horen dat er ook nog een fotoshoot gepland was. Het was toen al een stuk in de nacht en ik moest dringend naar mijn podium vertrekken – of wat er nog van overbleef, want ik speelde na Justice en ik had in de verte al gehoord dat die een aardverschuiving aan het veroorzaken was. Ik was dus al best nerveus, maar in feite was dat het grootste probleem niet.” Wat dan wel? “Ik haat fotoshoots!”


“Ik herinner me nog goed hoe ik toen serieus heb overwogen om die twee wandelen te sturen. Kijk, voor mij zijn er twee soorten foto’s: spontane familiekiekjes en het soort waarmee mensen zich een imago proberen aan te meten. Leuk, en zeker ook menselijk, maar totaal niet aan mij besteed. Ik voel geen enkele affiniteit voor foto’s van mezelf. Ik herken me nooit in het beeld dat ik te zien krijg, en dan sta ik ook liefst zo onherkenbaar mogelijk op een foto.” Dus kan hij niet anders dan tevreden zijn met de foto die die nacht in Dour werd genomen? “Volledig! Er bestaat geen betere foto van mezelf, en dat meen ik echt. Alleen kon ik dat op dat moment nog niet weten.”


erol alkan,angels & ghosts,a&gallery,interview“De omstandigheden van de shoot waren verre van perfect”, gaat Wouter verder. “Het was de bedoeling om Erol in het artiestendorp te fotograferen, waar het relatief rustig is. Maar omdat zijn interview zodanig was uitgelopen, zat er niets anders op dan eerst naar zijn podium te stappen – kwestie van hem daar al zeker op tijd te krijgen. De kortste weg bleek echter door het publiek, dat zich als een razende hond op Justice aan het smijten was. Toen we er ons uiteindelijk een weg door hadden gebaand, bleven er nog vijf minuten over om de shoot te doen – achter de tent waar hij moest spelen, met onze voeten in de modder, nergens een licht te bespeuren, het was er echt pikdonker. Nee, plezant is anders.”


Erol: “Op dat moment wist ik al helemaal niet meer waarom ik ‘ja’ had gezegd. Ben haalde een gigantische lamp boven die je voor vijftien pond in een doe-het-zelfzaak koopt en hij scheen die op mijn gezicht. Wouter begon onmiddellijk foto’s te nemen, en ik weet nog goed dat ik zijn camera maar verdacht vond. Oké, ’t was een analoge camera, maar dan nog. Ik probeerde de situatie zoveel mogelijk te vergeten. Sowieso zat ik met mijn hoofd al bij het optreden – ik wou het podium oprennen en er meteen aan beginnen, om nog wat te kunnen profiteren van het publiek dat Justice op de been had gebracht.”


“Weet je wat het grappigst is? Dat die foto er ongelofelijk gestileerd uitziet,” volgens Erol, “terwijl ik mijn ene oog gewoon had dichtgedaan om aan de situatie te ontsnappen – ik poseer écht niet graag! – en mijn bril geleidelijk aan van mijn neus was beginnen zakken omwille van de vochtigheidsgraad in de tent waar we net waren doorgewandeld.” Wouter: “Op dat moment heb ik toegeslagen!”


Toen Erol enkele weken later de foto toegestuurd kreeg, zakte hij naar eigen zeggen door de grond van schaamte. “Ik ontving een supervriendelijke mail die besloot met ‘I hope you like it.’ Duh! Ik vond de foto subliem. Pas toen ben ik beginnen beseffen waar ik die nacht aan had meegewerkt en ik ben dezelfde dag nog naar andere Angels & Ghosts-foto’s op zoek gegaan. Mijn favorieten? Zonder twijfel die van Justice en Modeselektor. Al zal die keuze wel voor een stuk ingegeven zijn door het feit dat ik hen persoonlijk ken en er ook dingen van hen in herken.” Wouter: “Totaal geen probleem. Dat vind ik zelfs een groot compliment.”


En hoe zit het nu precies met dat boek dat er eind 2007 al had moeten zijn? Ben: “Euh, uitgesteld? Eind 2008 hebben we naar aanleiding van onze tentoonstelling in het Antwerpse FotoMuseum een miniboek laten drukken: The First One Hundred – de eerste honderd foto’s. Maar dat was meer bedoeld als visitekaartje; we hebben het nooit in de winkel gelegd. Intussen hebben we het afgeleerd om een datum op het Groot Boek te kleven, maar maak je geen zorgen: het komt eraan, en het zal groot en zwaar zijn! En de kans dat Erol op de cover staat, is 87,3 procent. Of nee, doe maar honderd procent. Zelfs al zouden we morgen Daft Punk fotograferen, in een jacuzzi omringd door tien Playboy Bunnies, dan nog zou het Erol worden.”

De commentaren zijn gesloten.