13 mei 2011 | Commentaren (0)

Moby & Me & You

Destroyed Cover - Web.jpgU moet, in alle valse bescheidenheid, al van Pluto komen om niet te weten dat Moby volgende week woensdag A&Gallery officieel opent - de galerij van Angels & Ghosts. Een prima gelegenheid om ... Moby nog eens te interviewen? In feite wel, en Skynet Generation heeft het mij ook gevraagd. Alleen ga ik het woensdag zo druk hebben dat ik het interview tussen de soep en patatten door dreig te moeten doen, en dat is voor niemand leuk.

 

Daarom ga ik samen met Skynet Generation op zoek naar iemand om Moby die avond in mijn plaats te interviewen! We zoeken - uiteraard - iemand die vlot Engels spreekt én interessante vragen kan stellen over Destroyed, het nieuwe album/boek/fototentoonstelling van Moby. De 'winnaar' wordt die dag in de galerij uitgenodigd om samen met mij het interview voor te bereiden en hij/zij mag gelijk ook blijven voor de vernissage (with bubbles) en de after party in Avenue L (with Moby & Aeroplane).

 

Concreet: stuur mij voor maandag 15u jouw naam, leeftijd, telefoonnummer, een korte motivatie en vijf superinteressante vragen toe, en misschien voel jij woensdagavond Moby wel zélf aan de tand. Als 'voorbereiding' vind je hieronder een interview dat ik vorig jaar met hem had voor het tijdschrift Apollo (en waarin hij onder meer zegt dat hij nooit een fotoboek zou uitbrengen)!

 

UPDATE: De winnaar is ... Kristof Fonteyn!


apollo_4_cover.jpgTHESE LITTLE IDIOT BLUES

Het ziet er niet naar uit dat Moby deze zomer België aandoet. Ter compensatie komt een remixversie van zijn recentste album Wait for Me uit. Plus: de man was zo vriendelijk om ons bij hem thuis in New York uit te nodigen voor een tas thee. De veganistische koekjes waren op. #jammer

Zullen we de introductie overslaan? Los van het feit dat we liever geen tijd verliezen met chitchat, kent iederéén Moby. Toch zeker in België, waar hij naar verluidt meer platen verkoopt dan in de VS, voor vollere zalen speelt, en waar zijn label Little Idiot sinds kort onderdak heeft gevonden bij de Belgische platenmaatschappij [PIAS]. Die bracht midden vorig jaar Wait for Me uit, het donkerste, meest melancholische album uit de carrière van de Amerikaanse elektronicamuzikant.


New York beleeft een hittegolf, wanneer we er begin april op zoek gaan naar het appartement van Moby. Het is net geen dertig graden, wat in een stad als NYC aanvoelt als ruim dertig graden. We verlangen naar de airco van wat een gigantische loft moet zijn – ergens in Soho. Alleen al van het album Play werden tien miljoen exemplaren verkocht, dus dat zou voldoende moeten geweest om een immens appartement met airco, sauna én jacuzzi te kopen.


Niet, dus. Moby woont al negentien jaar in hetzelfde onopvallend appartementsblok aan de rand van Soho – op een boogscheut van Little Italy. Toegegeven, zijn interieur ziet er beter uit dan de gevel en gangen doen vermoeden, maar design is het niet. “Ik hou van de vervallen sfeer van dit gebouw,” zegt Moby, “en van mijn dakterras, de bomen in de omgeving, de mensen op straat. Ik heb ooit meer uptown gewoond, omdat ik het me kon veroorloven. Maar dat heeft niet lang geduurd. Twee jaar of zo. Ik haatte het daar – veel te clean.”


De afgelopen vijftien jaar heeft Moby in dit appartement ook al zijn albums opgenomen, inclusief Wait for Me, waarvan zopas een cd met remixes van onder meer Mixhell, Paul Kalkbrenner, Gui Boratto, Carl Cox, Yuksek en, euh, Tiësto is verschenen.

Als wij thuis zitten te werken, zijn er constant zaken die ons afleiden: mails, Facebook, de zon op ons eigen dakterras, ons lief dat naakt door het huis loopt. Heb jij daar nooit last van?
"Nee, maar misschien moet je jouw lief volgende keer eens meebrengen. (Lacht) Toen ik dit appartement kocht, was het meer een opslagruimte dan een plek om in te wonen. Er waren geen muren, er was amper elektriciteit, en had ik niet snel een loodgieter laten aanrukken dan zou het op een indoor zwembad zijn beginnen lijken. Ik heb het voor een prikje kunnen kopen, dus had ik nog geld over om het volledig in te richten. Ik heb toen onder meer een studio laten bouwen die niet alleen geluidsdicht is, eens je de deur dichtdoet, waan je je bovendien op een andere plek – een werkplek. Anders zou de verleiding inderdaad groot zijn om snel even een aflevering van Family Guy te bekijken of een boek te lezen. Ik heb in mijn studio ook bewust geen internetaansluiting laten installeren, om te vermijden dat ik tussendoor mijn mails zou zitten checken."

moby, interview, destroyed, apollo, a&gallery, tentoonstelling, skynet, generationIn die studio werk je alleen, we hebben vooralsnog geen kat zien rondlopen en je appartement mist duidelijk een female touch. Een mens zou kunnen denken dat je een eenzaat, mocht je niet elk jaar voor een paar honderdduizend man optreden.
"Gaan we al meteen persoonlijk worden, ja? (Lacht) Maar ik geef het toe: ik kan me hier soms wel eens eenzaam voelen. Gelukkig is New York goed bevolkt, dus er is altijd iemand om mee af te spreken. Het grote voordeel van thuis te zitten werken, is dat ik mij nooit hoef in te houden. Mocht ik in een ‘echte studio’ aan een nummer zitten werken, dan zou ik bijvoorbeeld al niet durven zingen. Of ik zou dat eerst thuis vijftig keer hebben moeten oefenen om er zeker van te zijn dat het niet vals klinkt. Hier kan ik op gelijk welk moment van de dag een paar schuiven opentrekken en beginnen werken. Soms word ik om vier uur ’s nachts wakker met een idee dat ik dan onmiddellijk wil opnemen. Maar sinds kort maak ik ook muziek met anderen. Ik heb een paar bands opgericht om met vrienden te kunnen jammen. The Little Death is een bluesgeïnspireerde rockband die klinkt zoals Led Zeppelin in zijn begindagen, en Diamond Snake moet een volbloed metalband worden, maar we zijn nog maar pas beginnen repeteren."

Straks kun je dus niet alleen Woody Allen elke maandagavond met zijn jazzband aan het werk zien in de bar van het Carlyle Hotel, op dinsdag strijkt Moby er neer met zijn metalposse?
"Euh, misschien dat we eerder naar een ongure kelder op zoek moeten."

Hoe ben je op het Belgische label [PIAS] verzeild geraakt?
"Mijn vroegere platenlabel Mute werkte samen met [PIAS], tot Mute werd overgenomen door EMI en ik plots op hetzelfde label als Robbie Williams en Kylie Minogue zat. Met dat laatste kon ik nu wel nog leven; het was vooral de crisis in de muziekindustrie en het rampzalige crisisbeleid van de meeste grote labels dat mijn vertrek bij EMI heeft bespoedigd. Begrijp me niet verkeerd: ik heb in al die jaren bij EMI veel vrienden gemaakt en ik heb er mensen leren kennen die passioneel met muziek bezig zijn. Maar in een poging om het hoofd boven water te houden, zijn velen intussen ontslagen. Op den duur kon je de domme beslissingen niet meer tellen - ingegeven door angst en paniek. Daar heeft een kleiner label als [PIAS], dat nooit de sommen van een reus als EMI heeft verdiend, beduidend minder last van."

In jouw geval is dat een understatement: van je recentste, redelijk donkere album Wait for Me op [PIAS] gingen in België dubbel zoveel exemplaren over de toonbank als van je vorige, erg mainstream album Last Night op EMI.
"Ik denk dat [PIAS] het album gewoon beter in de markt heeft gezet. Ze hebben er ook meer tijd ingestoken. Bij EMI ging alle aandacht op het einde enkel naar de megasellers – enerzijds omdat die uiteraard het best verkopen, anderzijds omdat er geen personeel meer was om andere dingen te promoten. Maar nog het ergst van al was dat ik op een gegeven moment zelf ook geen promotie voor Last Night meer mocht voeren. Een paar weken voor de release van de plaat kreeg ik telefoon van EMI: of ik alsjeblief kon stoppen met nummers uit het album in mijn deejaysets te spelen. Ze hadden schrik dat iemand er met zijn gsm een zou opnemen en op internet gooien. (opgewonden) Met zijn gsm! Mocht dit verhaal tien jaar oud zijn, ik zou er smakelijk om kunnen lachen - het internet was toen nog redelijk nieuw. Dat het amper twee jaar oud is, maakt het echter eerder schrijnend dan grappig."

wait-for-me.jpgWat is er – op dat prehistorisch voorval na vanzelfsprekend – anders aan de aanpak van een kleiner label als [PIAS]?
"Wat is er niet anders? Bij EMI had ik al nooit een eerste single kunnen uitbrengen waarop niet werd gezongen – no way. Met Shot in the Back of the Head hebben we dat dit keer wel gedaan, en we hebben er David Lynch gelijk een clip voor laten maken waarvan we wisten dat hij wellicht nooit op tv zou vertoond worden. Dat bleek uiteindelijk ook te kloppen, maar niemand die mij daarvoor op de vingers tikte. We hadden een goede clip en op het net zorgde de samenwerking met Lynch voor heel wat buzz. Even kijken: wat nog? (denkt na) Remixes! Vroeger konden die niet luid genoeg knallen en moesten ze in elkaar gestoken zijn door de grootste producers ter wereld. Nu hebben we er ook één laten maken door een orkest en één door de ex-drummer van Sepultura. Bottom line: bij EMI was iedereen alleen maar bezig met de vraag hoe we nog vijf platen meer zouden kunnen verkopen. Bij [PIAS] is de vraag of iets interessant is om te doen. Dat vind ik een betere ingesteldheid."

Oké, maar je nieuwe album Wait for Me – Remixes is dan toch weer een verzameling remixes van onder meer Tiësto, Paul Kalkbrenner en Guy Boratto.
"Dat is – echt waar! – een idee van Phil, de assistent van mijn manager. Zonder dat ik het wist, heeft hij aan producers gevraagd om remixes te maken van de nummers op de plaat. De meest dansbare tracks op Remixes heeft hij besteld. De tragere, meer bizarre remixes waren mijn idee."

Dus jij hebt zelf met onze nieuwe nationale trots Villa gebeld om te vragen of ze een remix wilden maken voor het nummer Wait for Me?
"Euh, dat zal dan misschien toch ook weer Phil geweest zijn. (Lacht) Maar ik vind het een erg straffe schijf – heel melodisch."

We hebben ons laten vertellen dat je volgende album nog, euh, moeilijker wordt.
"Ik ben er nog niet aan uit. Ik speel met het idee om een dubbelalbum te maken: een schijf vol elektronica, een tweede akoestisch of zelfs volledig orkestraal. Maar er is nog niets concreets, en het zal sowieso ook van de kwaliteit van de nummers afhangen. If the music sucks, it doesn’t matter how good the concept is. In de loop van volgend jaar wil ik ermee klaar zijn. Of ook niet. (Lacht) Om eerlijk te zijn: ik voel me vrijer dan ooit om te doen wat ik wil. Niet omdat ik vind dat ik intussen niets meer te bewijzen heb of omdat er toch al genoeg geld op mijn bankrekening staat, maar omdat het eigenlijk niet meer uitmaakt. Niemand koopt nog cd’s, of toch zeker niet massaal, dus hoef je als muzikant niet langer rekening te houden met de toegankelijkheid of verkoopbaarheid van een plaat."

sunnykhalsa_0601_Web.jpg’t Klinkt bijna alsof je blij bent met de malaise in de muziekindustrie.
"Het is goed voor de muziekindustrie dat er vandaag minder platen verkocht worden, ja. Ik ben er vast van overtuigd dat muzikanten er op termijn alleen maar wel bij kunnen varen. Vroeger verkochten artiesten miljoenen platen, lieten in hun tuin een verwarmd zwembad installeren en bleven de rest van hun carrière hun grootste hits recycleren om voor het onderhoud van dat zwembad te betalen. Vandaag moeten muzikanten meer hun best doen om er te geraken. Pas op: ik zeg niet dat ze per se harder moeten werken. Ze moeten er gewoon meer hun ziel insteken, met als gevolg dat er interessantere muziek in de winkel ligt. Tijdens de hoogdagen van de muziekindustrie werd je als muzikant verplicht om compromissen te sluiten – ‘hang gerust de artiest, maar niet teveel, want anders bezorg je onze marketingjongens teveel werk’. Platenmaatschappijen verwachtten bovendien dat hun artiesten 24/7 werkten. Hoe meer ze optraden of promo voerden, hoe meer platen er werden verkocht. En als dat ten koste ging van vrienden, familie of een relatie, dan was dat maar zo. Het kan aan mij liggen, maar daarmee werk je alcoholisme, overdosissen en Scientology-obsessies in de hand. Nu wordt niemand er nog steenrijk van, dus je moet het wel érg graag doen om er elke dag zoveel energie in te stoppen. En als het even niet gaat: no worries, bel je lief en ga wandelen in het park. Zo verkoop je natuurlijk geen plaat méér, maar het is stilaan onmogelijk geworden om er nog minder te verkopen."

Je hebt onlangs gezegd dat je tegenwoordig meer platen verkoopt in België dan in de VS. Dat was meer een boutade, neem ik aan?
"Het hangt ervan af hoe je het bekijkt. In België wonen tien miljoen mensen en zijn van mijn laatste plaat twintigduizend exemplaren verkocht. In de VS wonen driehonderd miljoen mensen, maar hier verkoop ik er slechts honderdduizend."

Je hebt me ooit eens verteld dat je bezig bent met fotografie, maar ik zie hier alleen maar dertig gouden platen en een foto van jou met Hillary Clinton aan de muur hangen.
"Daar staat er ook eentje van mij en de dalai lama. (Lacht) Maar het is waar dat ik al even lang foto’s maak als muziek. Mijn oom was fotograaf voor The New York Times en toen ik tien jaar was, gaf hij me een Nikon F cadeau – zo’n echte Vietnam War Camera. Sindsdien ben ik er door gepassioneerd: ik had zelfs een donkere kamer en ontwikkelde zelf mijn films. Maar omdat mijn muziekcarrière op een bepaald moment zo’n hoge vlucht nam, is het nooit meer dan een intensieve hobby geweest."

Oké, maar intussen moet je duizenden foto’s van New York hebben, en er is net een boek van jou over de voedselindustrie uitgegeven. Ik wil maar zeggen: er moet toch een uitgever te vinden zijn die jouw foto’s wil publiceren?
"Maar dat wil ik helemaal niet. Ik neem foto’s omdat ik het leuk vind, en soms belandt er ook al eens eentje op de hoes van een plaat. Verder wil ik niet gaan. Probleem is ook dat ik mijn negatieven nooit netjes heb bij gehouden, dat heel wat afgedrukte foto’s intussen vergeeld zijn en dat ik er een paar jaar geleden duizenden ben verloren. Ik had ze gedigitaliseerd en op een harde schijf gezet. Althans, dat dacht ik. Toen ik er onlangs naar op zoek ging, vond ik een harde schijf vol bestandsnamen, maar geen foto’s. ’t Is grappig hoe mensen die met elektronische muziek bezig zijn, en met de ingewikkeldste hardware en software overweg kunnen, soms niet tot de simpelste dingen in staat zijn."

sunnykhalsa_0571_Web.jpgVorig jaar liet je in een interview optekenen dat je een shop in IJsland wil openen om je volgende plaat uit te brengen. Què?
"Oh, dat. Dat was maar een ideetje. (Lacht) Het leek mij leuk om een album slechts in één land uit te brengen. IJsland vond ik interessant omwille van zijn kleinschaligheid. Ik zou het eigenlijk nog steeds willen doen, maar niemand wil mij erin volgen. Ik heb constant zo van die maffe ideeën. Ik deel ze meestal met mijn manager die mij ofwel negeert ofwel vlakaf zegt dat hij nog nooit zoiets doms heeft gehoord. In de meeste gevallen valt er dan ook geen geld mee te verdienen. Erger nog: we zouden er meestal gewoon geld mee verliezen. Neem MobyGratis.com, een platform voor onafhankelijke filmmakers die mijn muziek gratis kunnen gebruiken als soundtrack. Toen ik een viertal jaar geleden met dat idee op de proppen kwam, nam niemand het ernstig, want welke artiest geeft er nu gratis zijn muziek weg?"

Jij, dus. MobyGratis.com bestaat intussen twee jaar. Toch nog niet een beetje spijt van gehad dat je zelfs geen tien dollar lidgeld hebt gevraagd?
"Totaal niet! Sinds de lancering hebben al zo’n vierduizend regisseurs muziek gedownload voor kortfilms of kleine, onafhankelijke producties. Bovendien hebben ze het recht om op de eindgeneriek ‘Music by Moby’ te plaatsen. Iedereen gelukkig, niet?"

Je woont al bijna heel je leven in New York. Was de No Wave je eerste kennismaking met muziek?
"Ja, maar ik was nog erg jong. Als je No Wave bekijkt vanuit het ‘mode-kunst-muziek’ perspectief, is alles begonnen in 1973. Dan kwam de band Suicide op. In 1979 ging ik voor de eerste keer naar een club waar ze No Wave speelden. Fantastisch was dat. Enerzijds omdat ik toen nog maar vijftien jaar was en net begon uit te gaan in New York. Anderzijds omdat Lower Manhattan in die tijd nog desolaat was. De meeste straten in Soho hadden geen straatverlichting, Avenue D was nog niet eens verhard, elke straat had een gevaarlijk kantje. Die kleine nachtclubs bevonden zich in the middle of nowhere. Dat kon soms echt eng zijn. Ze waren ook allemaal heel erg eclectisch: het ene moment hoorde je een plaat van Johnny Cash, en enkele minuten later knalde The Clash door de boxen. Die laatste waren mijn helden. Ik vond dat ze een perfecte mix brachten van de typische New York-sound en experimentele disco. Het nummer This is Radio Clash is daarvan het beste voorbeeld."

Geen Studio 54 voor jou?
"Nee, eigenlijk wou ik vooral No Wave en punkrock horen. Maar Danceteria, een nachtclub die ik in die tijd vaak bezocht, had vier verschillende verdiepingen. Daar werd telkens een ander muziekgenre gedraaid. Als je dus te vroeg was om je favoriete tunes te horen, kon je in de kelder samen met de blowende hippies naar dub en reggae gaan luisteren. Een verdieping hoger stond je tussen de breakdancers en hoorde je alleen maar hiphop. In een andere zaal werden Bauhaus-video’s geprojecteerd en dan was er ook altijd een ruimte waar over the top discomuziek werd gedraaid. Onvermijdelijk werd je daar dus ook aan blootgesteld."

sunnykhalsa_0585_Web.jpgWelk parcours heb je hier zelf afgelegd, als muzikant?
"In 1985 begon ik overal mijn demotapes te verspreiden, zonder al teveel succes. Een paar jaar later werkte ik als resident in Mars, een club waar ik zowel hiphop als house draaide om te tonen dat ik beide genres aankon. Ik had de eigenaar één van mijn demo’s laten horen, waarop hij me prompt een job aanbood. Een droom, want het was de beste club ooit: zes verdiepingen met the loudest and biggest soundsystem I ever heard. Het was wel hard werken, want je stond negen uur non-stop recht aan de draaitafel. Ik kreeg er honderd dollar voor, per nacht. Dat vond ik een mijlpaal in mijn leven. (Lacht) Iemand van Instinct Records hoorde me in die club mixen, en toen is de bal aan het rollen gegaan. Hij beluisterde mijn demotapes en gaf me kort daarna een platencontract."

New York is sindsdien een pak veiliger en dus onvermijdelijk ook saaier geworden.
"Moeilijk te zeggen. De laatste tien jaar heeft de stad een soort culturele renaissance meegemaakt. Er is een enorm groot aanbod aan galerijen en concertzalen. Als je de vergelijking met de jaren ’70 en ’80 maakt, was het als jonge muzikant toen minder makkelijk om aan de bak te komen, want er waren maar drie plaatsen waar je kon optreden. En voor een beginnende fotograaf waren er maar een handvol magazines. Nu zijn er massa’s plekken om op te treden of je werk tentoon te stellen. Maar New York is natuurlijk ook een pak duurder geworden, en ik merk ook dat alles veel minder eclectisch is geworden. De muziekscène van de jaren 70 en 80 was tegelijk gay en hetero, blank en zwart, Aziatisch en Latino – alles en iedereen door elkaar! Nu lopen in een indie rockclub alleen maar blanke kids rond, en niemand durft buiten de lijntjes van ‘zijn’ genre te kleuren. Vroeger was de multiculturele muziekscène de norm, nu het tegenovergesteld. Als ik het puur historisch bekijk, vormde die multiculturele aanpak nochtans de basis voor de beste muziek ooit. Jerry Lee Lewis was een blanke muzikant die niets liever deed dan ‘zwart’ zijn. George Gershwin woonde in een Joodse gettobuurt, en raakte verknocht aan de zwarte muziek van zijn tijd. Kortom: we hebben een zwarte rockband nodig, een Chinese hiphopgroep en blanke ... (denkt lang na) Hoelang bleef je nu ook weer in New York?"

De commentaren zijn gesloten.