19 april 2011 | Commentaren (0)

SMASHing Martin Solveig Interview

martin solveig, smash, release, sensationMartein Solveig is goed bezig, quoi! Zijn nieuwe album Smash moet nog uitkomen, maar de gelijknamige webreeks en de daaraan ontsproten videoclips zijn alles bij elkaar intussen ruim dertig miljoen keer bekeken. Kort samengevat: Smash is een verzameling maffe filmpjes waarin Solveig en zijn perfect geföhnde manager op zoek gaan naar manieren om het nieuwe album van Solveig onder de aandacht te brengen. In de eerste aflevering bracht hem dat tegenover Bob Sinclar op - don't ask - Roland Garros, in het tweede deel belandde hij in Japan en nu is er deel drie, waarin hij een bomvol Stade de France zover krijgt om zijn nieuwe single Ready 2 Go te promoten. De beelden werden drie weken geleden geschoten tijdens de vriendschappelijk wedstrijd tussen Frankrijk en Kroatië, en wie dacht dat Solveig er achteraf gewoon in gemonteerd werd: think again!

 

Het derde filmpje staat hieronder, samen met aflevering één en twee. And now I'm on the subject: hier is gelijk ook het interview dat ik enkele maanden geleden met Martin Solveig deed voor de Sensation-special van Release.

 

"Zonder Daft Punk werkte ik vandaag in een frituur"

 

martin solveig, smash, release, sensationZelden iemand zo aanstekelijk ‘hello’ horen zeggen als Dragonette in het gelijknamige nummer van Martin Solveig, die er de afgelopen maanden in zowat alle hitlijsten mee stond. ‘Te weten dat ik ben opgegroeid met het idee dat elektronicamuzikanten niet wereldberoemd konden - dat was gewoon onmogelijk. Tot Daft Punk met Homework op de proppen kwam.’

In tegenstelling tot wat sommigen willen geloven, komen Martin Solveig en ik prima overeen, sinds ik hem twee zomers geleden in All Areas op Studio Brussel per ongeluk (!) als David Guetta aankondigde. Laten we zeggen dat zoiets een speciale band creëert, naast het feit dat Solveig zowat de meest aimabele elektronicaproducer aller tijden is. ‘Misschien had ik in het begin van mijn carrière wat vaker de klootzak moeten uithangen’, zegt hij tegen zijn agent, wanneer die hem vertelt dat er na ons interview nog een meet & greet met enkele fans volgt. ‘Denk je dat David Guetta daar tijd voor maakt?’


Naar verluidt, zouden Solveig en Guetta niet altijd even goed overeengekomen zijn, maar dat kan ook maar een gerucht zijn. Guetta zou binnenkort in elk geval opduiken in Solveigs amusante webserie SMASH – eveneens de titel van Solveigs volgende album. Solveig speelt er een populaire producer in die met zijn manager de wereld rondreist, op zoek naar een publiek. Het eerste deel werd inmiddels een paar miljoen keer bekeken, en met het tweede gaat het dezelfde richting uit. Maar dat is allemaal té actueel. Wat wij vandaag om half drie ’s nachts van Martin Solveig willen weten: welk nummer heeft hem tot elektronische muziek bekeerd? ‘Simpel: French Kiss van Lil Louis!’

Hoe chauvinistisch.
Ik denk niet dat Lil Louis een Fransman is. (blijft mij verbaasd aankijken, tot zijn Franse frank uiteindelijk valt en hij begint te lachen) Oké, oké, oké, ik snap ‘m. Maar hiermee is nu toch bewezen dat ik totaal niet chauvinistisch ben? Ik had het niet door.

Nee, dat maakt het alleen maar erger: je beseft het zelfs niet meer. Maar ga vooral verder.
(Onverstoord) Het is vreemd, maar ik herinner het mij alsof het gisteren was – zo’n impact heeft dat nummer toen op mij gemaakt. Ik moet twaalf geweest, en plots kon je het overal horen. Het stond zelfs in de hitlijsten, samen met Paula Abdul, Jason Donovan en de Lambada.

Drie dingen die ik op dat moment – ik was toen ongeveer even oud – nog wel oké vond.
Ik ook! Maar wat ik wil zeggen, is dat French Kiss helemaal niet in dat rijtje thuishoorde. Het was iets compleet nieuw. Natuurlijk bestond housemuziek al veel langer, maar dat heb ik pas later ontdekt. Iederéén heeft dat pas later ontdekt! Op radio of tv werd French Kiss helemaal geen housenummer genoemd – niemand wist wat dat was, en al zeker de mannen van de radio niet.

Heb je Lil Louis daar ooit over aangesproken?
Helaas wel, ja. Ik ben dolenthousiast op hem afgestapt om hem het verhaal in geuren en kleuren te vertellen, en hij heeft daar toen niet meer dan ‘right’ op gezegd. Ik denk dat hij het kotsbeu is om over dat nummer te praten. Het zal ook wel vervelend zijn: je maakt één nummer en voor de rest van je leven blijft iedereen je erover aanspreken, over je allereerste nummer. Ik kan me voorstellen dat het anders is, als je eerst tien flops maakt, en je elfde nummer wordt plots een hit opgepikt. Dan kan het niet anders dan dat je het succes apprecieert. Maar één nummer uitbrengen en vervolgens nooit meer iets maken waar mensen even enthousiast op reageren, dat moet frustrerend zijn.

Hij heeft daarna anders nog wel wat goede nummers gemaakt.
Absoluut! Maar French Kiss steekt er mijlenver bovenuit. Meer nog: het is een mijlpaal in de geschiedenis van het genre.

Heb je toen meteen ook twee platenspelers en een mixer gekocht?
Je lacht, en ik weet dat je verwacht dat het antwoord ‘neen’ is. Maar het heeft toen heus niet zolang meer geduurd voor ik ben beginnen draaien. Ik herinner me dat ik net veertien was geworden, toen ik in een café mijn eerste platen heb opgelegd. Ik draaide toen vooral hiphop, maar ik heb me al snel toegelegd op dance. Stel je daar echter niet teveel bij voor: op French Kiss van Lil Louis na, bestond mijn platencollectie uit Deee-Lite, Snap, dat soort dingen.

martin solveig, smash, release, sensationAnders wel leuke bands, maar niet het soort muziek waar je als ‘serieuze deejay’ mee kon scoren. Chicago house zei je toen nog niets?
Nee, daar was ik te jong voor. Mijn eerste ‘echte’ houseplaten kwamen uit België en Groot-Brittannië. Daar zaten toen heel wat toonaangevende labels, zoals Wonka Beats (een van de labels van USA Import, nvdr). Pas later heb ik Amerikaanse houselabels ontdekt, maar dan eerder dingen uit New York dan Chicago.

Welke plaat heeft je op het spoor van de Belgische elektronica gebracht?
Als kind had ik natuurlijk al naar Technotronic zitten luisteren, maar dat deden kinderen in de VS en Maleisië ongetwijfeld ook. Ik wil maar zeggen: dat was gewoon popmuziek. Ik denk dat Rock to the Beat van 101 de eerste echte acid houseplaat was die mijn interesse voor Belgische elektronica heeft aangewakkerd. Ik was ook enorm gecharmeerd door de hele smiley-cultuur. Toegegeven, jullie hebben die niet op gang getrokken – dat gebeurde in Groot-Brittannië. Maar ze kwam wel via België naar Frankrijk overwaaien.

The Hacker heeft mij ooit verteld dat hij in het weekend geregeld van Lyon naar Destelbergen reed om in Boccaccio uit te gaan – 800 km heen, en uiteraard nog eens evenveel terug. Ooit ook zo zot geweest?
Natuurlijk niet. Ik ben opgegroeid in Parijs! Je denkt toch niet dat een jongen uit Parijs naar België zou gaan om te feesten. (lacht) Maar mocht ik in Lyon gewoond hebben, dan zou ik wellicht niet ‘geregeld’, maar ‘altijd’ naar België zijn gereden om uit te gaan. Pas op: ik wist uiteraard van het bestaan van clubs als At the Villa en later ook Fuse af. Ik ben er in die periode zelf nooit naartoe geweest, maar ik kende wel wat mensen uit Noord-Frankrijk die het ene weekend in Parijs zaten en het andere in België. Ik moet zelfs toegeven dat hun verhalen over Belgische clubs in het begin een pak boeiender en wilder klonken dan de dingen die ik in Parijs meemaakte.

Tot ook de Parijse club scene ontplofte.
Voilà! Met de internationale doorbraak van Daft Punk als absolute hoogtepunt. Ik was net mijn eerste platen beginnen producen, toen die twee van de ene dag op de andere wereldberoemd werden. Voor de duidelijkheid: er zijn toen nog jaren overgegaan voor ik daadwerkelijk iets heb uitgebracht, maar Guy-Manuel (de Homem-Christo) en Thomas (Bangalter) waren voor elke beginnende producer in Parijs hét grote voorbeeld. Hadden zij Franse elektronica niet op zo’n imposante manier op de kaart gezet, dan was er van de French Touch (de naam die werd gegeven aan een explosie van Franse houseproducers in de jaren ’90, nvdr) mogelijk geen sprake geweest. Ik zeg niet dat Cassius, Etienne de Crécy, Alan Braxe, Bob Sinclar en Alex Gopher geen goede platen zouden hebben gemaakt, maar los van het feit dat iedereen een tandje bij stak omdat Daft Punk de lat zo gigantisch hoog had gelegd, hebben ze ervoor gezorgd dat de wereld ook écht belangstelling toonde voor wat wij in Parijs zaten te doen. Dat was voorheen nooit het geval geweest – België was makkelijk tien keer belangrijker dan Frankrijk.

Muzikanten durven al eens jaloers zijn op elkaars succes. Was daar toen nooit sprake van?
Totaal niet. De tijden waren ook totaal anders. Wat Daft Punk is overgekomen, dat had geen enkele houseproducer zich een jaar voordien zelfs maar kunnen voorstellen, laat staan dat hij ervan droomde. Elektronicamuzikanten werden eenvoudigweg niet wereldberoemd, dus wie er op dat moment mee bezig was, deed het voor de muziek, niet voor de roem. En ik denk niet dat er in de Franse dance scene iemand te vinden is die geen respect heeft voor de muzikale verwezenlijkingen van Daft Punk. Ik ben daar zelf ook altijd ontzettend nuchter in geweest: ik zal nooit iets kunnen maken dat even geniaal is als wat zij doen. Maar door hen als grote voorbeeld te nemen, ben ik wel een betere producer geworden. Meer nog: door hen ben ik er vandaag nog altijd mee bezig. Stel je voor dat de French Touch er zonder Daft Punk niet was gekomen. Dan had ik mijn instrumenten misschien al lang verkocht om een frituur te openen, en was Alex Gopher serviceflats beginnen verkopen. (lacht)

martin solveig, smash, release, sensationIk ben op het einde van de jaren ‘90 een paar keer op een Respect Is Burning-party in de Queen op de Champs-Élysées verzeild geraakt. Was dat het kloppende hart van het Parijse nachtleven?
Voor mij wel, ja. Ik ging er vrijwel elke woensdagavond naartoe, en elke keer was een beetje anders. De ene week speelde Dimitri From Paris er disco en house, de andere week serveerde Grandmaster Flash funk en hiphop, nog een week later joeg Daft Punk techno door de boxen. Alles kon. Maar nog belangrijker was dat plots ruim de helft van de nummers Frans was. Niet dat dat een voorwaarde is om van een geslaagd feestje te kunnen spreken, maar het verschil met het begin van de jaren ’90 was enorm. Toen maakte Laurent Garnier af en toe een plaat, en dat was het dan.

Zou je jezelf nog tot de French Touch rekenen?
Nee. Ik was erbij – op de dansvloer, niet achter de decks. Ik ben pas in het jaar 2000 écht aan mijn carrière beginnen werken, en dan liep de French Touch stilaan op zijn einde. Sindsdien is elektronische muziek een volwassen genre geworden, wat betekent dat houseproducers zich niet langer enkel in clubs en in het midden van de Europese hitlijsten schuilhouden, maar ook op grote festivals en bovenaan de Amerikaanse Billboard Hot 100 – zoals David Guetta onlangs, met The Black Eyed Peas. Oh, en Daft Punk heeft de soundtrack gemaakt voor een Disney-film. Meer volwassen kan een scene niet worden. (lacht)

 

PART 1


 

PART 2


 

PART 3

De commentaren zijn gesloten.