21 januari 2011 | Commentaren (0)

Zoek de zeven verschillen

media_xl_930944.jpgDe Vlaamse muziek/jeugdsector heeft zopas deze bijzonder rake repliek op de zoveelste Bad Joke de wereld ingestuurd. Beste zin: 'Het rijke concertaanbod in cafés, jeugdhuizen, muziekclubs, … waar ze als cultuurminister niet een beetje trots op mag zijn, maakt ze als leefmilieuminister onmogelijk.' Eerlijk? Mijn oren doen pijn als ik naar Joke Schauvliege luister en mijn ogen beginnen te tranen wanneer ik ernaar kijk. Zouden we op haar geen soort limiet kunnen zetten? En waarom is het altijd de federale regering die valt? Kunnen we de Vlaamse niet eens doen struikelen?

 

Reactie van de muziek- en jeugdsector op het voorstel tot Vlaamse regelementering maximaal geluidsniveau in een inrichting.

Woensdag stelde minister Schauvliege aan de betrokken sectoren haar voorstel tot reglementering met betrekking tot het beperken van de gehoorschade voor het publiek op concerten en festivals, in cafés, discotheken en op fuiven voor. De sectoren namen eerder al deel aan een rondetafelconferentie en gaven aan voorstander te zijn van een weloverwogen, duidelijke, uitvoerbare en controleerbare wetgeving. De sector drong ook aan op een regelgeving op Europees niveau.


Minister Schauvliege presenteerde gisteren een voorstel voor dat enkel en alleen voor het Vlaamse gewest zal gelden, en meteen de strengste regelgeving van alle Europese landen zou worden.  Geen enkel land legt bijvoorbeeld in de praktijk een dB(C) norm als maximumnorm op. Het voorstel dat nu op tafel ligt, maakt het voor de hele livesector zeer moeilijk om nog op een haalbare manier liveconcerten te organiseren. Voor cafés, kleine muziekclubs, recepties,  jeugdhuizen, … wordt het sowieso onmogelijk om nog langer concerten te laten doorgaan. In deze ruimtes produceren de instrumenten zelfs zonder enige versterking op een aantal publieksplaatsen (bvb vlakbij de drummer) al meer decibels dan de toegelaten 100 dB(A) die de minister wil opleggen.


De minister pakt de gehoorschade aan vanuit haar beleidsdomein Leefmilieu. Het is echter kras dat ze zichzelf hiermee, in haar rol van minister van Cultuur, een serieuze hak zet. Het rijke concertaanbod in cafés, jeugdhuizen, muziekclubs,…  waar ze als cultuurminister niet een beetje trots op mag zijn, maakt ze als leefmilieuminister onmogelijk.


De vooropgestelde norm van 100 dB(A) is vooral onhaalbaar omdat het wetsvoorstel voorziet dat de meting van deze limiet op elke voor het publiek toegankelijke plaats gemeten mag worden. Concreet betekent dit metingen net voor een box toegelaten zijn want daar staat uiteraard ook publiek.  Als de sector (en de meeste wetgevingen in de andere Europese landen) het over een maximum norm hebben, is dit zowat altijd de waarde gemeten aan de mengtafel (de plaats waar de geluidsmix gemaakt wordt) en die meestal in het midden van de zaal op twee derde afstand van het podium staat opgesteld. Het spreekt voor zich dat het geluid op die plaats stiller is dan net voor de boxen.


MissyGoat.jpgVoor al wie muziekevenementen wil organiseren die elektronische versterking behoeven - dat wil zeggen in grote zalen, discotheken en muziekfestivals maar dus ook in cafés en kleine zalen - legt het wetsvoorstel stevige en vooral dure flankerende maatregelen op. Al deze organisatoren dienen o.a. op eigen kosten de geluidsniveaus van alle concerten en fuiven te meten en te loggen via een computersysteem dat permanent meet, weergeeft én opslaat wat er gebeurt. Daarnaast wordt de zwarte piet voor het controleren van deze data en het uitvoeren van controlemetingen doorgespeeld naar de lokale overheden die hiervoor extra personeel zullen moeten aanwerven en opleiden, en daarbovenop ook nog eens zullen moeten investeren in dure meetapparatuur. Daarnaast dienen de organisatoren van live-concerten ook nog eens gratis oordopjes ter beschikking te stellen van het publiek. Aan welke norm deze oordopjes moeten voldoen is niet verder bepaald. Omdat een muziekorganisator niet ook nog eens een specialist kan zijn in gehoorapparatuur en aanverwanten, riskeert het publiek in het slechtste geval waardeloze oordopjes te krijgen, die een vals gevoel van bescherming zal geven. De organisator kan ook niet anders dan de kostprijs van dit gratis oordopje in de prijs van de toegangstickets te verrekenen.


De muziekorganisaties zijn wel degelijk bekommerd om de gezondheid van het publiek, van de muzikanten en van de eigen werknemers. Daarom is er zelfs een grote bereidheid om, indien dat nodig zou blijken, ook na te gaan of ook in andere muzieksegmenten – en dus niet enkel bij elektronisch versterkte muziek – bepaalde beschermende maatregelen nuttig en nodig zijn. Maar dit wetsvoorstel ziet niemand van de betrokkenen zitten: niet de organisatoren van de muziekfestivals, niet de artiesten en hun managers die in Vlaanderen concerteren in kleine en grote zalen en op festivals, niet de Vlaamse Jeugdraad en Formaat en al helemaal niet de de organisatoren in het Vlaamse clubcircuit.


De minister stelde recentelijk dat ze samen met de sectoren wilde werken aan een goede wet. Maar na de input die de de sector tijdens de rondetafelconferentie aan de minister en haar administratie gaf, komt de minister nu te snel met een wetsvoorstel. Wij zijn er van overtuigd dat er een consensus bereikt kan worden die én de gehoorschade beperkt en toch het rijke Vlaamse concertleven niet beknot. Dit vraagt echter van beide kanten een dialoog en verdieping van dit wetsvoorstel. Wij blijven bereid om mee te werken aan een weloverwogen,  duidelijke, uitvoerbare en controleerbare wetgeving. En wij hopen van de minister hetzelfde.


Getekend:
Ancienne Belgique
BIMA – Belgian Independent Music Association
Clubcircuit
Het Depot Leuven
Fuifpunt.be
FMiV – Federatie van de Muziekfestivals in Vlaanderen
Formaat – Federatie van Jeugdhuizen en jongerencentra

GALM - Genootschap auteurs lichte muziek
MmaF – Music Managers Federation
Muziekodroom
oKo – Overleg Kunstenorganisaties
Poppunt
Vlaamse Jeugdraad 

De commentaren zijn gesloten.