11 september 2010 | Commentaren (0)

Oostende eert Reetveerdegem

media_xl_3866640.jpgGisterenavond werden in Oostende voor het eerst de Vlaamse filmprijzen uitgereikt – het type evenement waar ik normaalgezien op uitgenodigd word, ware het niet dat ik geen uitnodiging heb ontvangen, en dus genoodzaakt was mij gisterenavond op een interessante manier bezig te houden. Meer daarover later.

Maar interessante bezigheid of niet, vanzelfsprekend wou ik wel eens weten waarom ik geen uitnodiging heb ontvangen voor het Vlaams filmevenement van het jaar, dus belde ik net even naar het enige nummer dat op de website van het festival staat.

‘Gallo, met de dienst toerisme van Oostende.’
Oh, sorry, ik dacht dat dit het nummer van het filmfestival van Oostende was.
‘Ja, maar ’t is weekend, wie.’
Wie?
‘Wat?’
Nee, wie?
‘Wat wie?’

(het blijft vijf seconden stil)

Oké, maar zou u mij dan het telefoonnummer van het filmfestival van Oostende kunnen geven?
‘Dat is hier.’
Maar er is niemand?
‘In het weekend zijn die niet op kantoor.’
Maar het festival is toch nog bezig?
‘Ja.’
En er is niemand op kantoor?
‘Nee.’
U bedoelt ‘ja’.
‘Nee.’

Enfin, om een lang, slechts deels verstaanbaar, niet altijd even logisch verhaal kort te maken: na enig aandringen en een wachtdeuntje van – ’t was die of Marvin Gaye – Arno, krijg ik uiteindelijk het gsm-nummer van een medewerker van het festival, die mij moet ‘doorverbinden’ met de directeur van het festival, die eerst niet opneemt om dat dan uiteindelijk toch te doen en te zeggen dat het om een vergissing moet gaan. En ik die dacht dat mijn reputatie als bad boy eindelijk vruchten had afgeworpen, nadat ik uitgerekend gisterenavond nog – op Facebook weliswaar – Zot van A een van de meest gênante films uit de Vlaamse filmgeschiedenis had genoemd. Niet, dus.

19373.jpgMaar om, in afwachting van mijn uitnodiging voor de tweede Vlaamse filmprijzen, nog even terug te komen op de eerste: met vijf (van de acht) prijzen is De Helaasheid der dingen een terechte winnaar. Geen enkele film kwam het afgelopen jaar in de buurt van de romanverfilming van Felix Van Groeningen – noch op artistiek, noch op commercieel vlak. Dat Jan Verheyen, volgens De Standaard, ‘betreurde dat de jury een keuze had gemaakt die hier en daar afweek van de smaak van het brede publiek’, kan bijgevolg moeilijk anders geïnterpreteerd worden dan als ‘Dossier K. had dat spel hier moeten winnen, en laten we in Vlaanderen ophouden met ambitieuze films te maken en vanaf nu alleen nog maar dwaze Vlaamsche remakes inblikken van dwaze Hollandse films, zodat we er cadeauboxen van kunnen verkopen en er de Vlaamsche horeca mee ondersteunen.’

Oké, ’t is waar, in De Standaard staat te lezen dat hij er eigenlijk mee bedoelde dat Ella-June Henrard en Marilou Mermans genomineerd hadden moeten geweest zijn voor hun rol in respectievelijk Bo en Meisjes, maar het ene sluit het andere niet uit. Los daarvan, Ella-June Henrard zette een geenszins onverdienstelijke vertolking neer, maar Bo is zo onwaarschijnlijk doorsnee dat het een klein mirakel mag heten dat de film überhaupt één nominatie kreeg (en die nog wist te verzilveren ook; Ina Geerts kreeg de prijs voor beste actrice in een bijrol). En wat Meisjes betreft, alleen al maar de titel van die film uitspreken op een awards ceremony, getuigt van slechte smaak. Of van slechte wil. Of van beide.

lostpersonsarea_review.jpgNee, de jury van de eerste Vlaamse filmprijzen valt weinig te verwijten, behalve dat ze verschrikkelijk katholiek was samengesteld en bijgevolg niet anders kon dan De Helaasheid der dingen de prijs voor beste film toe te kennen, maar de prijs voor beste regisseur aan Caroline Strubbe (voor Lost Persons Area) te geven – onder het motto ‘verdeel en wees goede vriendjes met iedereen’. Niet dat ik Caroline Strubbe geen prijs gun, maar vijf van de acht Vlaamse filmprijzen, waaronder beste film en beste scenario, aan De Helaasheid der dingen geven, en dan durven stellen dat er een andere film beter geregisseerd is ... Het kan aan mij liggen, maar ik snap dat niet.

De commentaren zijn gesloten.